Basles
Opname, mix, master
Zo'n 15 jaar geleden ben ik de studio ingegaan om met Pot, van Lienen en Baumgarten de CD Nectar op te nemen. We bivakkeerden een lang weekend in een kasteel in België met een prachtige studio erbij, een mooie zaal met bijvoorbeeld een mengpaneel dat 1 miljoen gulden had gekost (dit was dus nog voor de invoering van de euro). Toen ze daar klaar waren, vond ik de kwaliteit van de geluidsopname nou niet van dien aard, dat ik dat nog eens wilde doen. Met name over het geluid van de contrabas was ik ontevreden. Ik besloot om zelf opnamespullen te kopen zodat ik hiervan verlost zou. Na enig onderzoek bleek dat je, om überhaupt opnames te kunnen maken, een aantal spullen nodig hebt: microfoons, een voorversterker/mengpaneel, een audiointerface (een apparaat dat het analoge signaal in digitaal maakt) en een computer.
Ik kocht een Digi 001, dat gebruik maakte van het muziekprogramma Pro Tools, een Mackie mengpaneel en een aantal microfoons, die van een kwaliteit waren die ik me op dat moment kon veroorloven (redelijk, maar niet echt geweldig). Ik heb toen o.a. twee Neumann TLM 103's gekocht. Het zijn allemaal gerichte microfoons. Als computer gebruikte ik een Imac. Met die spullen heb ik toen  de CD Speeldoosje van Pot, van Lienen & Baumgarten opgenomen (die ik eigenlijk nog steeds verbluffend goed vind klinken) en de CD Sticks, Strings & Vibes.

digi 002
Digi 002

Maar ja, als je eenmaal begonnen bent, wil je dat de opnames steeds beter gaan klinken. Echt, als je hiermee begint, blijf je kopen! Eerst kwam de Digi 002, wat een geringe verbetering bracht. Ik kocht drie DPA 4011 microfoons. Over de DPA's ben ik redelijk tevreden. En ik ging betere voorversterkers huren, wat enorm scheelde. Met name de Focusrite Red 1 vind ik erg goed, die heb ik aangeschaft en misschien koop ik er nog wel een. Voor de bas heb ik dezelfde voorversterker gebruikt die Steve Pagano in New York gebruikte voor de opname van mijn duo CD met tenorsaxofonist Bob Anram (zo goed vond ik hem dus), de Universal Audio LA 610. De laatste (en grootste) verbetering kwam met het overboord gooien van de Digi 002 – ik vond de digi 002 voor veel ruis zorgen en het signaal eigenlijk niet mooi vertalen. Ik heb nu een Lynx Aurora 8 gekocht als audiointerface en dat scheelt enorm, zowel in de hoeveelheid ruis als in de kwaliteit van het signaal dat mijn computer binnenkomt. Ik moet zeggen, nu de audiointerface en het voorversterker gedeelte in orde zijn, blijkt dat verdere verbetering afhankelijk is van de kwaliteit van de microfoons. Helaas zijn echt goede microfoons vre-se-lijk duur. Ik ben bovendien overgestapt van Pro Tools op Logic, het muziekprogramma van Apple. De belangrijkste verbetering is de veel prettigere manier waarop het mixen gaat in dat programma, wat die fase echt veel prettiger maakt. Eigenlijk was dat geen doen in Pro Tools.
Ik ben nog een redelijk onbeschreven blad wat mixen en masteren betreft. Ik heb tot nu toe 5 muziekCD's gemixed (ook nog 5 luisterboeken) en dit is de tweede muziekCD die ik master (met begrip van het programma T-Racks). Ik kom steeds tot ontdekkingen op dit gebied nu ik de nieuwe CD van het Philip Baumgarten Trio aan het mixen en masteren ben, wat heel leuk is, maar wel veel tijd kost – wat trouwens ook weer niet héél erg is: omdat ik het zelf doe, kan ik aan de opname sleutelen tot hij zo goed mogelijk klinkt. Mixen en masteren blijkt echt een vak te zijn. Een heel proces, waarbij je steeds beslissingen moet nemen met grote consequenties. Voor mij een proces van vallen en opstaan en van steeds weer dingen uitproberen. Ik zal dit verhaal daarom de komende jaren waarschijnlijk nog heel wat keren herschrijven, naarmate ik meer weet en meer ervaring heb.

Lynx Aurora 8
Lynx Aurora 8

Mixen is: alle mislukte opnames weggooien, kiezen welke je zult gaan gebruiken, de volumes van de verschillende instrumenten op elkaar afstemmen, de galm bepalen, equalizen en het stereobeeld bepalen.
Masteren is: de definitieve sound bepalen (bijvoorbeeld d.m.v. equalizing en compressie – je kunt de sound met compressie bijvoorbeeld 'harder' of 'zachter' laten klinken) voor volume vermeerdering en voor het effect dat de muziek een geheel wordt. Ook kun je in die fase storende ruis e.d. weghalen.

T-Racks

T-Racks


DPA
DPA 4011

Ik heb nu een fijne set up voor elkaar; ik switch heen en weer tussen het mixen en masteren op mijn monitorboxen en het beluisteren van het resultaat daarvan op een 'gewone' stereo installatie. Belangrijke les: de muziek klinkt op elke geluidsinstallatie weer anders. Als het prachtig klinkt op mijn monitorboxen, is dat geen garantie dat het overal goed klinkt. Het is dus een proces van steeds luisteren op verschillende installaties en aan de hand daarvan het geluid bijstellen. Dat betekent dat ik ook steeds weer terug ga naar de mix fase om daar dingen bij te stellen die me niet bevallen. Als het op die stereo installatie goed klinkt, neem ik de CD mee naar nog een andere stereo installatie, (waar ik weer tot iets andere conclusies kom). Deze werkwijze heeft me veel opgeleverd en is echt een aanrader!
Ik heb ontdekt dat elke verandering die je doorvoert, een verandering teweeg brengt op een ander vlak, zodat je dat ook weer moet aanpassen. Als je bijvoorbeeld iets verandert in de sound tijdens het masteren, moet de mix aangepast worden, want een verandering in sound levert meestal ook een (schijnbaar) verschil op de waargenomen volumes van de instrumenten. Als ik de bas bijvoorbeeld zwaarder maak in de masterteringfase, lijkt hij ook iets harder en dan moet ik dus het volume aanpassen in de mix. De volgende keer ga ik daarom niet wachten met masteren (wat ook veel te maken heeft met het bepalen van de sound) tot ik de volumes goed heb: eerst moet ik tevreden zijn over de sound (na mastering) en dan pas ga ik de volumes instellen. Gaat me veel tijd en moeite schelen!
Het masteren, wat ik naar aanleiding van het masteren van de CD Innamorato een koud kunstje vond (het ging toen om onnavolgbare redenen supermakkelijk en snel), ging veel moeizamer en langzamer bij deze CD. Op een gegeven moment had ik een mooie triosound en dacht ik dat ik er bijna was, maar de volgende dag bleek die sound ondanks onveranderde instellingen verdwenen en ik kreeg hem ook niet terug. Dat gedoe kostte me een week zoeken, waarbij ik af en toe flink wanhopig werd. Op een gegeven moment heb ik het maar opgegeven om die sound met die instellingen terug te vinden en ben ik weer overnieuw begonnen. Binnen de kortste keren had ik toen een mooie sound, die sprekend leek op die eerste sound, alhoewel alle knoppen anders stonden! Overigens master ik met behulp van de chique versie van het programma T-Racks. De equalizer en compressoren zijn van hoge kwaliteit (van die versie dus – de 'gewone' versie heeft alleen 'gewone' equalizers en compressoren en vind ik van onvoldoende kwaliteit), maar het programma biedt niet de mogelijkheid om extra dingen te doen (zoals bijvoorbeeld het wegpoetsen van storende geluiden).

Focusrite Red 1

Focusrite Red 1

Ik was in het verleden niet bepaald een fan van compressie en nog steeds vind ik dat je er heel voorzichtig mee moet zijn. Als je teveel compressie gebruikt, verdwijnt de dynamiek uit de muziek en krijg je bovendien een schelle sound. Teveel compressie vermoordt de muziek. Maar toch: compressie is nodig, anders wordt jouw CD opeens vele malen zachter dan andere CD's en schrikken mensen zich een hoedje als ze vervolgens een andere CD opzetten. Bovendien kan compressie een mooier, vetter geluid geven en ervoor zorgen dat de band als een geheel gaat klinken. Dit zijn toch echt hele belangrijke voordelen! Dit gezegd hebbende: er zijn veel prachtige opnames van klassieke muziek zonder enige toepassing van compressie.
Ik heb heel wat geëxperimenteerd wat de beste plaatsing is van de microfoon voor mijn contrabas. Dat bleek zo dichtbij mogelijk te zijn. Wat de hoogte betreft zit hij ongeveer ter hoogte van de onderkant van de toets.
Voor het opnemen van de vleugel heb ik mijn twee Neumans gebruikt. Ik ben onderhand ontevreden over die dingen, omdat ze een enorme afwijking hebben naar het hoog. Dat betekent dat de piano in de ruwe opnames te hoog klonk. Ik heb nogal moeten equalizen om dat er uit te krijgen, maar dat is niet de bedoeling – een beetje equalizen is nodig, maar liefst zo min mogelijk. De piano zal toch het mooist klinken als hij wordt opgenomen met een microfoon die met name het middengebied perfect weergeeft, dus dat wordt mijn volgende aanschaf. Jammer dat echt goede microfoons duur zijn ...  Ik heb net een boek gekocht over microfoons, als mijn kennis over microfoons is bijgespijkerd zal ik er ook iets over op deze site zetten.

Universal Audio LA 610

Universal Audio LA 610

Als je jazz opneemt, komt het probleem van de overspraak nadrukkelijk om de hoek kijken. Overspraak is het probleem dat een ander instrument dan je de microfoon voor hebt gezet door die microfoon wordt opgenomen, dus bijvoorbeeld dat je de drums keihard hoort op de microfoon die voor de contrabas staat, wat een groot probleem is als je wilt mixen. Als je gaat mixen, wil je het liefst elk instrument zoveel mogelijk gescheiden van andere geluiden op één kanaal horen, zodat je goed kunt werken aan de sound en het volume. Je kunt bij jazz dit probleem niet vermijden door iedereen apart in te laten spelen. Je moet wel live spelen, omdat er sprake is van collectieve improvisatie. Ook is het voor het onderlinge contact – waar je geen concessies aan moet doen – verre te prefereren om in dezelfde ruimte te zijn, dus ook  niet met een drumhok te werken of muzikanten achter een scherm met glasplaat te zetten of zoiets. Alles wat een optimaal contact verhindert is uit den boze! Dat probleem wordt soms aangepakt door met schotten te werken die zo hoog zijnj dat je er nog wel overheen kunt kijken, maar die toch heel wat geluidsgolven tegenhouden. Die kun je zelf in elkaar knutselen. Probleem is dan dat ze een vaste hoogte hebben, terwijl je eigenlijk voor elke muzikant de hoogte zou willen instellen, want niet iedereen zit op dezelfde ooghoogte of heeft een even hoog instrument. Dat  idee spreekt mij niet ook zo aan, omdat je heel wat  schotten nodig hebt voor het effectief wil worden, hetgeen bij mij voor opslag problemen zorgt. Ik heb iets anders verzonnen, namelijk om met dekens te gaan werken. Ik heb bij de legerdump 21 legerdekens ingeslagen voor €15 per stuk (een zacht prijsje wegens de grote hoeveelheid; eigenlijk kosten ze €19 per stuk). Die hang ik over de goedkoopste microfoonstandaards die ik kon vinden, die waren €17,95, maar omdat ik ze zo massaal inkocht werden ze ook €15 per stuk. Daar heb ik natuurlijk wel even voor onderhandeld.  Ik moet zeggen dat het prima werkte, niet alleen vanwege de verminderde overspraak, maar ook om de reflectie te verminderen. Reflectie is het terugkaatsen van de geluidsgolven op te muren, wat maar bij een paar ruimtes in de wereld iets aan de muziek toevoegt. De meeste ruimtes hebben een onbevredigende akoestiek. De ene ruimte klinkt dan wel mooi voor een sax, maar weer niet voor een bas, enz. – terwijl er galmen op de markt zijn die de meest prachtige ruimtelijkheid kunnen toevoegen aan de muziek, dus daarvoor hoef je je niet al die problemen met de akoestiek op de hals te halen. Ik heb een zelf prachtige galm van Sonnox, dus ik ben er een voorstander van om de akoestiek van de ruimte zo min mogelijk op de opnames te horen. Mijn dekentjesmethode heeft daar zeker een bijdrage aan geleverd!

Neumaan TLM 103
Neumann TLM 103


Als je met drums speelt, is het toch wel fijn als je contrabas iets versterkt wordt, vooral bij de wat stevigere ritmes. Matthias van Olst, met wie ik mijn trio CD heb opgenomen, is een meester in zacht spelen, maar bij sommige ritmes is het gewoon fijn als hij zich in geen enkel opzicht hoeft in te houden en lekker uit zijn dak kan gaan. Ik zelf heb mijn contrabasgeluid liefst zo akoestisch mogelijk. Ik heb dat opgelost door mezelf dus in te bouwen met dekens, maar mijn versterker buiten die kring van dekens te zetten, terwijl de microfoon in de dekentjes muur staat, vlakbij mijn bas. Dat heeft prima gewerkt, mijn bas heeft een prachtig geluid op de opnames.
De dekentjesmethode helpt enorm tegen overspraak, maar is niet feilloos. Op elke microfoon hoor je nog steeds iets van de andere instrumenten. Nu is het zo dat het geluid dat die mics van andere instrumenten opvangen, lelijk is. Ik hou van een direct geluid, maar wat die microfoons van andere instrumenten opvangenDe kanalen  met de opname bij het instrument zelf moeten dus een bepaald volume hebben in de eindmix, anders wordt het geluid lelijk van het desbetreffende instrument. Hoe zachter je die kanalen zet, hoe lelijker het wordt. Het is dus steeds een afweging maken tussen wat als volume in de mix wenselijk is en wat als sound zo mooi mogelijk is. Linke soep, dat mixen!
Vele jaren nadat ik mijn eerste opname spullen gekocht heb, moet ik zeggen dat ik heel blij ben dat ik dit ben gaan doen. Als je acommerciële muziek maakt, kun je tot Sint-juttemis wachten voordat er een platenmaatschappij bij je aanklopt met de vraag of je alsjeblieft een CD wilt opnemen bij dat bedrijf. Als je gehoord wilt worden, zul je daar toch de gelegenheid voor moeten scheppen en opnames zijn dan een voorwaarde. Ik kan nu opnemen wat ik maar wil en dat voelt als een enorme vrijheid. Als je nog niet de sprong gewaagd hebt en je hebt muzikale ideeën waarvan je vindt dat ze meer aandacht mogen krijgen, wil ik je daarom aanmoedigen om zelf te gaan opnemen! Je hebt de volledige vrijheid en kunt je opnames precies zo laten klinken zoals je dat zelf wilt!
Luister naar Jeannette en Texel, twee nummers die op de nieuwe CD van het Philip Baumgarten Trio komen te staan.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier