Basles

Er wordt in muziektheorieboeken veel over gezegd, maar op dit moment volgen mijn persoonlijke ontdekkingen zich in zo'n rap tempo op, dat ik daar mijn handen al aan vol heb en (nog) niet aan de literatuur toe kom. In de toekomst zal er nog wel een basles komen met 'officiële' theorie over dit onderwerp, maar nu nog even niet.
Wat heb ik dan zoal ontdekt? Een voorbeeld is de oefening waarmee ik dit stuk begon. Als een noot om een oplossing vraagt, kun je die oplossing uitstellen en in de ruimte die ontstaat de spannendste noten spelen die je maar wilt. Dit gaat behoorlijk ver. Als is het schema een 2-5-1 gespeeld wordt, hoef je zelfs niet zodra het akkoord van de 1 gespeeld wordt in de 'juiste' toonladder te zitten; je kunt de oplossing nog een paar telen uitstellen en in de loop van die maat de zaak laten oplossen.
Iets wat ik eigenlijk al jaren doe, maar dat nu in een ander daglicht komt te staan in verband met dit onderwerp, is een patroon spelen dat prima in een akkoord past en ditzelfde patroon herhalen op een toonhoogte waarbij het niet in het gespeelde akkoord past. Je kunt dit een tijdje blijven volhouden alvorens je 'terugkeert' en weer binnen de akkoorden gaat spelen. Vooral als je hele snelle noten speelt kan deze truc erg goed klinken. Probeer maar eens. Het werkt sowieso goed om met een loopje keurig 'binnen de akkoorden' te beginnen, buiten de akkoorden te gaan om tenslotte weer binnen het schema te spelen.
Ik hoop met deze voorbeelden je nieuwsgierigheid gewekt te hebben, zodat je zelf wat gaat uitproberen!
Nog even dit: recensenten hebben het tegenwoordig vaak over braaf en smerig spelen, die termen zijn nu al een aantal jaren populair. De gitarist Anton Goudsmit is bijvoorbeeld iemand die het heerlijk vindt om smerig te spelen en daar ook heel erg goed in is. Luister maar eens naar zijn samenwerking met Benjamin Herman, echt, niemand kan smeriger klinken dan Anton Goudsmit op zijn smerigste momenten. Hoe doet hij dat? Door vakkundig met dissonantie om te gaan. En dan krijg je dus die eigentijdse, rafelige sound van hem.


bas

Dissonantie
Een experiment: zing een majeur toonladder, begin op de DO en zing door tot de hoge TI. Nu zing je even de zes vreemdste noten die je maar kunt bedenken, waarna je eindigt met de hoge DO. Interessant toch? Alle noten, ook de allervreemdste noten die je hebt gezongen, krijgen een plaats en blijven muzikaal klinken – maar tegelijk klinken ze ook heel spannend. Het is dus mogelijk om spanning toe te voegen aan je spel door dissonante noten te gebruiken en blijkbaar zijn daar regels en trucs voor te bedenken.
In de jaren veertig was er een tijdlang ruzie tussen de mensen die van de 'echte' jazz hielden en mensen die van een nieuwe stroming hielden: de Bebop, onder leiding van Charly Parker en Dizzy Gillespy. Dat liep hoog op, de beschuldigingen vlogen over en weer. Er werd geroepen dat Bebop te dissonant was, dat wat ze deden helemaal niet kón. Ze haalden ook nogal wat overhoop, die Beboppers. Akkoorden werden uitgebreid, akkoordprogressies werden ingewikkelder en er werden tonen gebruikt in de solo's die voorheen niet 'mochten'. Beboppers vonden de traditionele manier om jazz te spelen te braaf en te saai klinken en de oren van de andere jazzers moesten nog helemaal wennen aan al die noten die niet eerder werden gebruikt in solo's.
Als we nu naar Bebop luisteren, horen we die muziek heel anders. Nu klinkt Bebop voor veel jazzmuzikanten braaf. Dat is een ontwikkeling die altijd al heeft plaatsgevonden: onze oren kunnen steeds meer aan wat dissonantie betreft en wat 50 jaar geleden nog dissonant klonk, hoeft nu helemaal niet meer dissonant te klinken. Zo'n ontwikkeling kun je zelf trouwens ook doormaken. Je kunt bij jezelf een ontwikkeling op gang brengen, gewoon door naar muziek te luisteren die net op het grensgebied ligt van wat je aan kunt wat dissonantie betreft.

Na een tijdje is er niets meer aan de hand; je merkt dat je die noten helemaal accepteert. Tegelijkertijd gaat muziek dieper dankzij deze uitbreiding van je gehoor – althans zo gaat het bij mij.
Of (kunst)muziek actueel klinkt, heeft m.i. veel te maken met de vraag of die muziek synchroon loopt met de ontwikkeling van onze oren en onze tolerantie voor dissonantie. Jongere jazzmuzikanten die nu populair zijn, maken vaak meer gebruik van dissonantie dan musici van een generatie eerder destijds deden, die weer meer dissonante noten speelden dan de generatie voor hen. Ik zeg destijds, omdat veel musici van een generatie eerder ook met deze ontwikkeling zijn meegegaan en nu beslist meer dissonante noten kiezen dan ze vroeger deden. Er zit, om een voorbeeld te geven, een wereld van verschil tussen vroegere uitvoeringen van Cantaloupe Island van Herbie Hancock en huidige uitvoeringen van hem van precies hetzelfde nummer wat dat betreft.
Als jazzmuzikanten uitsluitend noten spelen die keurig binnen de akkoorden passen, kan dat met onze huidige oren al gauw wat saai gaan klinken. Dat is heel triest natuurlijk als je je het leplazarus hebt gestudeerd om de juiste noten te spelen in al die mooie maar af en toe enorm ingewikkelde akkoordenschema's. Echt balen – maar ja, het is nu eenmaal niet anders. Nou ja, geen paniek: als je een moderne solist wilt zijn, is het niet de bedoeling dat je niet over een akkoordenschema kunt spelen – het is zelfs een voorwaarde voor een goede, interessante solo om dat wel te kunnen doen. Er komt gewoon nog iets bij om op te gaan studeren: het is zaak om op een verantwoorde manier buiten de akkoorden te leren spelen.
Nu ik me meer met dit gebied bezig houd, merk ik dat er allerlei geinige mogelijkheden zijn om spannende, dissonante noten te spelen terwijl je toch muzikaal blijft klinken.
Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier