Basles

Waarom ik dit stuk schrijf, is omdat ik door dit gebeuren een aantal conclusies getroffen heb die voor meer mensen die op zoek zijn naar hun eigen sound belangrijk kunnen zijn.
Ten eerste denk ik dat het proces, dat ik doorlopen heb, bespoedigd kan worden door je regelmatig af te vragen hoe je wilt klinken en je deze sound zo levendig mogelijk voor de geest te halen. De Amerikanen hebben het over 'projecting your sound on your instrument'. Heel interessant vind ik die uitdrukking – vooral omdat ik heb gemerkt dat ze correct is: als je je levendig je sound voor de geest haalt, gehoorzamen je vingers en creëren ze het geluid dat je voor ogen staat. Natuurlijk, je kunt een inferieure bas hebben die je echt niet toestaat om een acceptabel geluid te produceren, maar ik vermoed dat je ook in dat geval een heel eind in de buurt kunt komen als je duidelijk voor ogen staat wat je precies wilt horen.
Ten tweede: het is zaak om je niet al te zeer te laten leiden door wat andere bassisten tegen je zeggen over hoe het hoort met je aanslag. Heel vreemd: de meeste bassisten zeggen dat je op één plek moet aanslaan, namelijk vrij dicht bij de kam. Dat is een positie die je maximale 'punch' geeft. Zoals ik het zie, is de ideale techniek er eentje die rekening houdt met wat je speelt. Als je een melodieuze solo in een ballade speelt, is het m.i. weinig opportuun om met ontzettend veel punch te gaan spelen, vlakbij de kam. Dan kun je beter voor een wat lichtere toon kiezen en wat verder van de kam aanslaan; je melodie komt gewoon beter tot zijn recht als je niet steeds booink booink hoort. Als je even fortissimo wilt spelen, kun je de techniek gebruiken die in de vijftiger jaren van de vorige eeuw populair was en je vinger om de snaar heen krullen. Als je heel snel wilt spelen, heeft het zin om de snaar oppervlakkig te raken, zodat je weinig weerstand ontmoet. Conclusie: er is geen vaste, ideale plek voor de aanslag!!! Waar het om gaat, is wat je precies wilt horen. Dat is het enige dat telt. Als je daarvoor op een andere dan de 'officiële' plaats moet aanslaan, aarzel dan niet. DOE HET!
Om mijn ideale walking bass sound te maken, blijk ik zo'n decimeter boven de officieel door de bond van contrabassisten goedgekeurde plek te moeten aanslaan. Dat doe ik nu dus toch. Denk nu niet dat dit de ideale plek is voor jou voor walking bass. Dat is het niet. Het gaat erom, dat jij ontdekt hoe jij wilt klinken, en daar een plek op de hals en een aanslag bij zoekt.
Het gaat dus niet alleen om de plek op de hals; ook de hardheid van de aanslag en de stand van de vingers van je rechterhand (voor rechtshandigen) spelen een rol. Ik blijk vrij zacht te moeten aanslaan (heel vreemd, ik krijg toch ongeveer hetzelfde volume als toen ik harder aansloeg) en relatief veel 'vlees' te moeten gebruiken (maar ook weer niet teveel). Je begrijpt het: er zijn geen wetmatigheden op dit gebied; je zult het echt zelf moeten uitzoeken.
Ten derde is het zaak om, als je je sound gevonden hebt, achter jezelf te blijven staan. Hier spreek ik niet uit ervaring; de beperkte hoeveelheid mensen die mijn sound tot nu toe hebben gehoord, waren lovend. Maar ik weet absoluut zeker dat ik nu klink zoals ik wil klinken. Dan moet ik me sowieso niet laten afleiden door wat andere mensen ervan vinden natuurlijk.

Je sound
Na 16 jaar contrabas gespeeld te hebben (en daarvoor zolang basgitaar gespeeld te hebben, dat het niet meer na te rekenen valt), hoorde ik ongeveer een maand geleden precies de sound die ik wil hebben in mijn hoofd. Beter laat dan nooit, dacht ik, nu weet ik eindelijk duidelijk waar ik naar toe wil werken en wat ik wil horen van mezelf. Zonder er vast in te geloven dat ik die sound zou kunnen maken, ging ik experimenteren met mijn aanslag en mijn linkerhand om er in elk geval zoveel mogelijk bij in de buurt te komen. Het wonder gebeurde. Op een keer, toen ik met Arie van Lienen en Peter Pot speelde, was de sound die me voor ogen stond er opeens helemaal. HELEMAAL. Dus niet een beetje, niet iets wat aardig in de buurt kwam, nee, HELEMAAL. Ik was daar natuurlijk verbijsterd over, ik wist niet eens dat het mogelijk was met mijn bas – maar ik was ook erg blij. Het kon! Ik hoefde niet een nieuwe bas c.q. versterker te kopen.
De weken daarna begon ik toch wel erg te twijfelen aan mezelf, want wat ik ook deed, die sound vond ik niet meer terug. Had ik het me verbeeld? Hmmmm, dat dacht ik toch niet. Blijven proberen dus maar.
En opeens was die sound er weer toen ik met de fantastische saxofonist Peter Massink samenspeelde. Geen idee hoe het kon, maar hij was er!  Ik weer helemaal blij. De volgende dag speelde ik met een band en nu was die sound er zelfs door de versterker! Hallelujah praise the lord! De dag erna was hij weer weg – maar hij kwam nu steeds vaker en makkelijker terug. Op een dag was hij er weer  terwijl ik in mijn eentje speelde, wat me in de gelegenheid stelde om eens rustig te analyseren hoe ik die sound nu eigenlijk maakte. Dat weet ik nu dus en dat maakt me erg blij. Voortaan heb ik die sound altijd! Heerlijk.
Met mijn sound vinden bedoel ik iets anders dan dat ik nu een goed geluid heb. Ik bedoel dat ik mijn geluid gevonden heb. Dat geluid kun jij mooi of lelijk vinden, dat is een kwestie van persoonlijke smaak, maar ik klink nu precies zoals ik wil klinken, op een hoogst individuele manier. Eigenlijk klink ik nu pas helemaal als mezelf, wat dat betreft zijn de stukjes van de puzzel op hun plaats gevallen. Er ontbrak steeds iets in mijn geluid, ik miste iets fundamenteels. Nu niet meer en daar word ik heel gelukkig van.
Stel je leent de auto van je vader. Het is een bijzonder goede auto, je vader heeft een prachtig inkomen en heeft zijn droomauto gekocht. Maar jij vindt er niets aan. Zeker, je kan de luxe waarderen en alle snufjes die erin zitten, maar jij zou hem zelf nooit kopen. Het is beslist niet jouw keuze. Toch zie je wel in dat het een goede auto is.

Zo kan het ook zijn dat je een goed geluid hebt op je bas. Mogelijk verandert je opvatting over wat een goed geluid is met de jaren en dan draai je er wat meer of minder bas in bijvoorbeeld. Mogelijk is iedereen die je hoort het erover eens dat je een goed geluid hebt. Is dit nu hetzelfde als dat je een persoonlijke sound hebt? Nee. Het is vergelijkbaar met in de auto van je vader rijden.
Je eigen sound kan zelfs door mensen een slecht geluid gevonden worden, zoals Chet Baker en John Coltrane overkwam, waarover later meer.Van je persoonlijke sound kun je eigenlijk alleen maar zeggen dat het jouw hoogstpersoonlijke geluid is, waarbij – als je het eenmaal gevonden hebt – je je weinig zult aantrekken van wat anderen ervan vinden. Het is natuurlijk leuk als ze het mooi vinden, maar ook niet meer dan dat. Zo is het voor mij tenminste. Er kan ook echt helemaal geen misverstand over bestaan wat mij betreft: dit is gewoon helemaal mijn geluid. Als ik het even kwijt ben, hoor ik dat onmiddellijk en als ik het weer heb ook. Het is echt superduidelijk voor mij. Dat kunnen mensen een mooi geluid vinden volgens de gangbare criteria, maar het kan ook zijn van niet. Chet Baker en John Coltrane werden in eerste instantie door veel critici verketterd om hun geluid. Volgens de gangbare criteria van was hun geluid te dun. Na een tijdje moesten critici natuurlijk erkennen dat hun sound perfect was voor hoe ze speelden en hoogstpersoonlijk, waardoor die eerdere criteria – die eerst zo absoluut leken – opeens niet meer interessant waren!
Jazz is een kunststroming waar de individuele muzikant zijn hoogst persoonlijke stempel op drukt. Je zou kunnen zeggen dat dit voor alle stijlen geldt, maar voor geïmproviseerde muziek nog wel het meest. Vandaar dat jazzmuzikanten altijd op zoek zijn naar een hoogst persoonlijke, individuele sound. (Even een zijspoor: het belangrijkste kenmerk van jazz is wat mij betreft dat het bij jazz gaat om geïmproviseerde muziek. Dus jazz is iets anders dan soul, funk, folk of country. Vreemd genoeg worden die stijlen tegenwoordig ook vaak bij de jazz gerekend, terwijl er geen noot improvisatie aan te pas komt. Ik geloof dat er maar een majeur septiem in een liedje hoeft voor te komen of het wordt 'jazzy' genoemd. Norah Jones wordt jazz genoemd, evenal Katie Melua. Fijne zangeressen hoor, maar geen jazz. De omslagen van jazztijdschriften in Nederland worden doorgaans bevolkt door soulzangeressen met grote borsten en knappe zingende pretty boys. Zucht.)

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier