Basles
Ik maak frases die omhoog lopen, frases die omlaag lopen, doorgaande frases, lange frases en korte frases.
Ik maak frases in het lage, het midden en het hoge gebied van mijn instrument. Ik laat snelle frases op langzame frases volgen. Als ik merk dat het niet lekker gaa
t in een bepaald gebied, verzin ik daar nieuwe frases.
Ik blijf steeds naar mijn spel kijken om te zien of ik vaste patronen speel, en als dat zo is, bedenk ik oefeningen om dit tegen te gaan.
Ik bedenk de regel waaraan ik me zal houden altijd van tevoren en laat dan pas de sound naar boven komen, waarbij ik  niet van tevoren ga bedenken of me voorstellen wat ik zal spelen. Als wat er naar boven komt goed klinkt, dan is het ook goed. (Als iets goed klinkt, is dat omdat we dat zo horen en het is niet interessant of het strookt met een bepaalde theorie.)
Ik heb mezelf  op deze manier geleerd om te denken naar aanleiding van wat er naar boven komt. Ik heb geleerd om wat er naar boven komt als waardevol te zien. Ik heb deze methode 40 jaar geleden ontwikkeld, omdat ik me vrij wilde voelen in verschillende concert situaties. Ik gebruik haar ook nu nog. Daar ben ik heel consequent in. Mijn sessies duren lang en zijn behoorlijk vermoeiend. Behalve mijn denken, train ik zo ook mijn geestelijke en lichamelijke uithoudingsvermogen.

bas

 

Neutrale fases
Dit is een tweede stuk van gast Bob Anram, zie profile.myspace.com/bobanram. Zie les 84 voor zijn eerste, ook zeer interessante stuk over jazzimprovisatie. In dit stuk beschrijft Bob een methode van oefenen die je kan helpen om zo min mogelijk vaste licks te spelen en origineel te blijven. Met zijn toestemming heb ik het vertaald. Hier is het dan:
Het probleem met het oefenen van jazz licks, heeft te maken met wat ik in de vorige basles heb uitgelegd. Als we leren door te luisteren, is ons muzikale denken in belangrijke mate een weerspiegeling van de muziek waarnaar we luisteren en van de mate waarin we naar verschillende muziekbronnen luisteren. Als je veel tijd besteedt aan het oefenen van je eigen licks, word je zelf je grootste invloed. Dan ben je minder flexibel, zit je meer opgesloten in je eigen muzikale patronen.
De vraag is dus eigenlijk: hoe kunnen we improviseren oefenen zonder de gevangene te worden van onze eigen licks?
Wat we spelen, is ook een functie van wat we om ons heen horen. Een voorbeeld: een solist van wie Coltrane de grootste invloed is en die een rhythm schema speelt, zal moeite hebben om zijn licks te blijven spelen als hij met een dixieland ritmesectie speelt, hoe goed de leden van de ritmesectie de changes ook kennen.

Het is alsof je een ronde stok in een vierkant gat probeert te persen. Mijn solo's klinken  heel anders als de ritme sectie een ander gevoel oproept. Ik vecht niet tegen de ritmesectie, ik laat naar boven komen wat naar boven wil komen naar aanleiding van wat ze spelen.

Van dit fenomeen, het fenomeen van de context, kun je gebruik maken als je oefent op je instrument. Ik oefen door melodieën naar boven te laten die buiten de context van de jazz vallen. Ik noem dit neutrale fases.
Ik speel dan bijvoorbeeld Bach-achtige melodieën (haal Das Wohltemperirte Klavier in huis, luister ernaar, maar lees de noten niet voordat je gaat oefenen en de sound leert benaderen). Ik speel in eerste instantie behoorlijk conventionele frases om mijn bewustzijn van de sleutel te vergroten. Naarmate ik langer speel, worden mijn gedachten (zoals ze uit mijn instrument komen) harmonisch ingewikkelder, maar ze blijven neutraal. Ik maak vervolgens regels voor mezelf die gelden voor elke opeenvolgende frase; ik begin bijvoorbeeld elke volgende frase op een andere noot (tot ik uiteindelijk een frase heb laten beginnen op elk van de twaalf tonen) en laat elke frase oplossen in de tonica. Een andere regel zou kunnen zijn dat elke frase op een andere toon eindigt (tot ik uiteindelijk een frase heb laten eindigen op elk van de twaalf tonen). Ik blijf eindigen op een bepaalde noot tot de frase logisch voor me klinkt.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier