Basles

Sonny Stitt

Als het publiek ook ontroerd raakt, zoveel te beter. Maar het publiek ontroeren terwijl je niet jezelf ontroert, heeft geen artistieke inhoud.
Het schadelijkste gevolg van Giant Steps in alle toonaarden leren spelen is echter dat je daar veel en voortdurend voor moet oefenen. We hebben de neiging om na te spelen wat we horen. Om deze reden zorg ik voor evenwicht in waar ik naar luister. Geen enkele artiest evolueert in een vacuüm, vrij van invloeden. Naar wie we luisteren en naar wie we het meest luisteren, bepaalt voor een groot deel hoe we spelen.
Als we buitensporig veel tijd besteden aan het oefenen van jazz improvisaties, (of aan het schema van Giant Steps in alle toonaarden oefenen), luisteren we vooral naar onszelf, veel meer dan naar andere muzikanten.
Dit betekent dat we steeds minder flexibel worden, in plaats van onze vocabulaire uit te breiden. We perken ons denkvermogen in, ons denkraam wordt kleiner. Het gaat op dezelfde manier als wanneer we een bepaalde mening ventileren: hoe vaker we dat doen, hoe 'vaster' die mening voor ons is, hoe minder flexibel we zijn, hoe minder we er over nadenken en er nog eens over nadenken. Ik heb mezelf er expres van weerhouden om, in welke discipline dan ook, dingen uit mijn hoofd te leren (ik haat leren) en heb het vermogen ontwikkeld om te vergeten wat ik heb gezegd, zowel verbaal als muzikaal.
Het is belangrijk om vloeiend te kunnen spelen in alle toonaarden, dat zal ik niet ontkennen. Als ik oefen, zet ik bijvoorbeeld een CD van Getz of Marsh enz. op en luister hoe ze een bepaalde standard spelen. Dan pak ik mijn sax en met deze standard vers in het geheugen, improviseer ik erop. Soms doe ik dat wel een half uur lang, tot mijn concentratie afneemt of ik me begin te vervelen. Ik ben nog geen muzikant tegengekomen die nummers in F# of B speelde tijdens die sessies. Ik besluit altijd met een blues, die ik dan wel in alle toonaarden doorneem.

Stan Getz

Stan Getz

Jazzimprovisatie
Op het net kwam ik een bijzonder interessant stuk van de saxofonist Bob Anram tegen, zie profile.myspace.com/bobanram. Heel prikkelend; hij zet zich af tegen een gangbare, populaire praktijk van jazzmuzikanten, namelijk om ingewikkelde nummers in alle toonaarden te oefenen. Met zijn toestemming heb ik het vertaald. Hier is het dan:

Op een forum schreef iemand dat hij nu eindelijk redelijk makkelijk kon soleren op het nummer Giant Steps van Coltrane. 'Fijn', schreef iemand anders. 'Ga het nu dan maar eens in de andere 11 toonsoorten leren spelen.'
Dit spelletje van nummers in andere toonaarden spelen blijft maar gespeeld worden. Eerst deed iedereen dit met Cherokee. Als dan een nieuwe muzikant aan een sessie meedeed, werd er gauw van toonaard veranderd. Dit vermoeiende spelletje leidt ertoe dat veel 'moderne' spelers niet meer zo menselijk klinken als Webster, Getz e.a. Ik heb het idee dat dit soort oefeningen om een aantal redenen contraproductief zijn.
In mijn kast staat een grote collectie CD's van Coltrane. Op geen enkele van die CD's staat een tweede versie van Giant Steps (behalve dan de alternate takes (die leerzaam zijn) en nergens speelt hij het nummer life. Ik denk dat de reden hiervoor is, dat de enige manier om ervoor te zorgen dat de band het nummer goed speelt en de individuele leden weinig tot geen fouten maken, is om hard te repeteren op het nummer.  Zo hard repeteren vermoordt de spontaniteit.


Een van de redenen dat ik nooit solo's speelde toen ik nog rock speelde, was dat arrangementen in de rock meestal vastliggen en een solist juist gebaat is bij variatie. Als je kijkt naar het materiaal dat Coltrane life uitvoerde, zie je dat het optimaal is om expressief op te soleren. Giant Steps is dat niet.
Het meeste materiaal dat de grote solisten in de jazz spelen is geselecteerd op melodische inhoud en op de mogelijkheid de creativiteit te laten stromen tijdens het soleren. Er is een interessant concert op twee video's vastgelegd van Getz in een wijnproeverij in Californië. Het kwartet is het orkest van begin tachtiger jaren, met Jim McNeeley op piano (met wie ik heb gespeeld in de U van Illinois). Jim heeft een aantal prachtige stukken geschreven, vooral On the Up and Up, dat op het album Pure Getz staat, maar hij heeft ook behoorlijk ingewikkelde stukken geschreven. Op de video speelt Getz prachtige, inventieve solo's op de standards – maar als de groep de stukken van Jim speelt, speelt Getz eigenlijk alleen nog maar de changes. Het is opvallend hoezeer de kwaliteit van zijn solo's dan opeens keldert.
Ik vind het ook interessant dat geen van grote solisten van voordat Coltrane op de scene losbarstte, Giant Steps hebben gespeeld, behalve Eddy Harris, die het als een bossa nova heeft gespeeld. Getz, Sims, Stitt en Miles bijvoorbeeld hadden heus wel de technische bagage om de changes te spelen en ik ben ervan overtuigd dat ze dat niet deden omdat ze dan aan spontaniteit zouden inboeten.
Ik geloof dat het het ultieme doel is van elke artiest – dus niet allen van jazzartiesten – om zichzelf te ontroeren, om zichzelf te verrassen.


Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier