Basles

Eddie Gomez & Bill Evans

Het loont de moeite om precies uit te zoeken welke druk je moet uitoefenen, gegeven hoe je wilt klinken, en dan hier niet teveel kracht aan te besteden, maar zeker ook niet te weinig!
Een speciale techniek vereisen de duimposities in de contrabas. De meeste bassisten gebruiken de duim om de snaren die daar erg hoog staan, alvast wat naar beneden te drukken, zodat de andere vingers wat minder hun best hoeven te doen om dat te bewerstellingen en de bas ook daar bespeelbaar wordt, wat hij anders niet zou zijn. Je legt de duim plat over de snaren en oefent enige druk uit. Je hebt die techniek vast al eens toegepast gezien, want veel jazzcontrabassisten spelen hele solo's in dat gebied. Daar zijn een paar redenen voor.

Charlie Haden

Haden en zijn wurggreep

1. De oren van de meeste mensen ontgaat enigszins wat zich in ons geliefde lage gebied afspeelt, zodat ze een solo beter kunnen volgen als hij wat hoger op de bas wordt gespeeld. Je doet veel mensen in het publiek er daarom een plezier mee.
2. Het staat behoorlijk stoer tegenover collega contrabassisten om vloeiend te kunnen spelen in de duimposities omdat het lang niet meevalt qua techniek en zuiverheid.

Het eerste argument inspireert me een beetje om zo nu en dan de duimposities op te zoeken. Ikzelf houd echter meer van de lagere tonen van de contrabas en kom nog steeds weinig in die duimposties.
Per e-mail werd mij de vraag gesteld hoe ik het aanpak als ik op de volgende (hogere) snaar in dezelfde positie met dezelfde vinger van de linkerhand een toon wil spelen, bijvoorbeeld: de F op de E snaar, de C op de A snaar en de F (het octaaf) op de D snaar (een figuur dat veel voorkomt in Latin ritmes). Zo doe ik het (en het werkt perfect): terwijl ik de A snaar indruk om de C te spelen, pas ik een soort barré toe en begin alvast de D snaar in te drukken. Op het moment suprème dat ik het octaaf wil spelen (de F op de D snaar) verschuif ik mijn pink en ringvinger (die ik voor dat figuur samen gebruik, wat een bekende honderden jaren oude contrabastechniek is, licht zodat hij de D snaar lekker naar beneden beweegt. Dit lijkt een heel simpele methode en hoera!!! dat is hij ook. (Bassen is echt niet zo moeilijk hoor.)

De linkerhand 2
Als het goed is, sluipt je linkerhand over het toetsenbord. Ik bedoel daarmee dat je je vingers zo min mogelijk optilt als je hen naar een volgende plek op de hals beweegt omdat je een andere toon wilt spelen. Hoe minder je je vingers optilt, hoe kleiner de afstand wordt naar die volgende plek, zodat het spelen je minder kracht kost en je sneller bent waar je wezen wilt. Het is efficiënter, handiger en sneller om je vingers zo dicht mogelijk bij het toetsenbord te houden. Dit klinkt als een open deur, als iets bijzonder vanzelfsprekends wat elke bassist en elke andere instrumentalist met de paplepel krijgt ingegoten. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar zo is het toch niet. Kijk maar eens naar collega bassisten of andere instrumentalisten: heel vaak zie je dan dat een vinger na gebruik hoog de lucht ingaat, of in elk geval hoger dan strikt noodzakelijk is, zodat het tegen hen werkt. Denk niet dat dit uitsluitend geldt voor matige muzikanten, nee hoor, ook goede muzikanten steken hun vingers vaak hoog in de lucht na gebruik. Blijkbaar hebben we van nature de neiging om onze vingers hoog de lucht in te steken en moeten we echt iets overwinnen om tegen deze tweede natuur in te gaan. Uit het feit dat ook goede muzikanten hun vingers vaak hoog de lucht in steken, kun je trouwens nog iets concluderen wat ik een troostrijke gedacht vind: ook als je niet erg handig bent op het gebied van techniek, kun je een probleem doorgaans wel overwinnen als je er flink op studeert - zelfs als je daarbij gebruik maakt van een methode die op het eerste gezicht behoorlijk onhandig lijkt. Ik heb daar wel mooie voorbeelden van gezien. Maar goed, je vingers dichtbij het toetsenbord houden gaat misschien ergens tegen onze natuur in, echt moeilijk kan het nu ook weer niet zijn. dunkt me. Gewoon even op letten.


Ikzelf heb de zojuist beschreven methode nog wat verder doorgevoerd, een methode die ik al beschreven heb in de basles over snel spelen. Als ik naar een volgende toon wil en (snel) op een andere snaar moet spelen, begin ik de volgende snaar al in te drukken nog voordat ik klaar ben met de voorafgaande toon. Dit scheelt ontzettend veel tijd (zo voelt het), waardoor ik meer ontspannen kan blijven spelen en ook snel kan spelen.
Het is natuurlijk zo dat wat de linkerhand doet, voorafgaat aan wat de rechterhand doet. Eigenlijk loopt de linkerhand so wie so vooruit op de muziek. Als je een toon aanslaat, dien je de snaar al te hebben ingedrukt met je linkerhand, zodat je een mooie toon krijgt. Als je pas met de linkerhand naar de bewuste plek op het moment dat je de toon al moet spelen, is de snaar onvoldoende ingedrukt en produceer je een slap, onduidelijk toontje. Het kan geen kwaad om kritisch naar je eigen spel te kijken en na te gaan of je linkerhand inderdaad consequent op tijd is en de snaar al helemaal is ingedrukt op het moment van de aanslag. als dat niet (altijd) zo is, ga je echt veel beter klinken als je hierin verandering brengt.
In eerdere lessen heb ik het al gehad over de druk die je uitoefent met je linkerhand. Ik heb je toen aangemoedigd om te bekijken of je met behoud van je toon ook minder kracht kunt uitoefenen. Hoe minder kracht je gebruikt, hoe meer energie je overhoudt en we weten allemaal hoe vermoeiend contrabas spelen kan zijn - elke contrabassist heeft weleens lamme poten gehad, en lamme poten zijn een enorme handicap natuurlijk. En al kost basgitaar spelen (veel) minder kracht, dezelfde principes gaan ook op voor dat instrument. Hier wil ik je nog eens op het hart drukken om beslist ook niet te weinig kracht te gebruiken. Als je dat doet, krijg je geen volle toon en kun je last krijgen van geratel en gerammel van de snaren. Met name op de E snaar vind ik dat behoorlijk storend en doe ik flink mijn best om die ellende te voorkomen.


Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier