Basles

Ik heb vaker de ervaring gehad dat ik ziek naar een optreden ging en beter was als ik thuiskwam – en ik heb van veel medemuzikanten gehoord dat hen precies hetzelfde overkomen is. Je kunt echt spreken van de helende kracht van de muziek. Onze rol als muzikant is dan de rol van verspreider van liefde en heling.
Dat is ook de reden waarom luisteraars zo diep ontroerd kunnen raken door muziek: zij hebben een ervaring van liefde. (Ik kan me trouwens voorstellen dat een death metal bassist hier heel anders over denkt. Reacties graag, medemuzikanten! In het basforum bijvoorbeeld.) Nog een voorbeeld van metadenken over muziek zijn de ideeën van de uitmuntende drummer Bert Kleijn over soleren. Ik vind zijn metagedachten hierover zo interessant dat ik het leuk vind om de rest van dit stukje aan zijn ideeën te wijden. Bert vindt het een goed idee om voor elke solo een bepaald concept te bedenken. Als je van tevoren een concept voor een solo ontwikkeld, kun je vermijden dat elke solo op de volgende gaat lijken. Vooral jazzmusici hebben er een handje van om in het begin van hun solo direct al hun kruit te verschieten met virtuoze riedels. Natuurlijk moet je stijlzuiver blijven en je aanpassen aan de muziekstijl die je speelt. Maar binnen het raamwerk van de stijl die je speelt, is er nog heel wat ruimte om van een basisidee uit te gaan. Dit geeft je de mogelijkheid om een bepaalde sfeer te scheppen en een inetressant verhaal op te dissen. Voorbeelden die Bert geeft: je kunt bijvoorbeeld een solo geven die helemaal uitgaat van een bepaalde groove of die speelt met een beperkt aantal tonen of intervallen. Bert: 'Ik kies in mijn solo altijd een aantal uitgangspunten (die ik overigens ook vaak weer kwijtraak...). Bijvoorbeeld hoge tom lage tom, eerst daar maar eens me beginnen. Of ik kies voor een Afrikaanse sfeer. Of eerst maar eens 3 minuten snare. Zo geeft je een kader aan je solo. Ik vraag me altijd af wat wil ik wil overbrengen. Popmusici doen dat vaak beter dan jazzmusici.'

Ik geef toe: metalessen zullen niet voor elke muzikant een even groot genoegen zijn. Als je dus een nuchtere muzikant bent, die er niet van houdt om zich bezig te houden met het hoe en waarom van muziekmaken, sla deze basles dan alsjeblieft over. Het is niet mijn bedoeling om ergernisverwekkende stukjes op deze site te plaatsen, maar om medebassisten te inspireren.
Wat bedoel ik nu met metalessen? Onder een metales versta ik een les waarbij vanuit een hoger bewustzijnsniveau over muziekmaken wordt gedacht of gepraat. Ik stel mezelf zoveel mogelijk bloot aan dit soort lessen en ik probeer zelf ook vaak op metaniveau over muziek na te denken. Misschien is de verklaring daarvoor dat ik me pas echt aan muziekmaken ben gaan wijden toen ik een aantal piekervaringen had gehad tijdens het samenspelen - want over piekervaringen kun je eigenlijk alleen maar in metatermen praten. De eerste van dit soort ervaringen kreeg ik toen ik nog maar net bas speelde, na een half jaar of zo. Ik was vanaf het begin behoorlijk fanatiek en had twee even fanatieke muzikanten bereid gevonden om vijf avonden per week samen te jammen. De gitarist was zo gevonden, maar voor de tweede muzikant, de drummer, moest ik extra mijn best doen. De eerste drummer die ik vond, wilde wel twee avonden per week jammen, maar dat vond ik niet genoeg, dus die heb ik toen maar afgezegd. Uiteindelijk vond ik een drummner die (ook) vijf avonden per week wilde repeteren.Ik vond vrij gemakkelijk een oefenruimte; voor f25,- per maand mochten we repeteren in een pakhuis waar beneden de vis werd schoongemaakt, zodat we altijd speelden in een doordringende visgeur. 's Winters werd de ruimte verwarmd door een veel te klein oliekacheltje, zodat we daar vaak bibberend stonden te spelen in die tochtige ruimte met onze jassen aan.

Als we daar binnenkwamen, gingen we eerst een flink aantal joints roken en vervolgens pakten we onze instrumenten. Geen enkele afspraak, hup, spelen! De totale improvisatie. We gingen zeer regelmatig helemaal uit ons dak. Nou - uit ons dak is niet helemaal correct, maar meestal vloog ik toch wel ergens rond vlak onder het plafond voor mijn gevoel. Ik had piekervaring na piekervaring in dat naar vis stinkende krot.
Dit wil ik, dacht ik toen, zó wil ik leven, wauw! Ik word beroepsbassist! Ik kan geen bal van bassen en toch heb ik al zulke piekervaringen. Dat belooft wat! En al rook ik tegenwoordig niet meer, omdat ik tot mijn grote spijt uiteindelijk tot de conclusie moest komen dat het mijn groei als muzikant afremde, aan in metatermen over muziek praten blijf ik verslaafd. Ik merk dat inzichten op metagebied me steevast helpen om op een hoger niveau te gaan musiceren, en daar gaat het me om. Ik wil nog flink groeien en wat mij betreft ga ik daar de komende 300 jaar mee door, want voorlopig ben ik nog niet klaar!
Waarom dit gepraat over metalessen? Omdat ik dus het idee heb dat op deze manier denken over muziek ons allemaal kan helpen om te groeien als muzikant! Op dit denkniveau kun je gaan nadenken over de beantwoording van interessante vragen als: waarom maak ik muziek? Waarom speel ik de muziek die ik speel? Wat wil ik uitdrukken als muzikant, wat wil ik mensen meegeven? Waarom ga ik überhaupt op het podium staan? Wat is muziek eigenlijk en hoe past mijn spel daarin? Het is niet mijn bedoeling om deze vragen uitputtend te gaan bespreken in dit stukje, maar ik wil wel kort ingaan op de beantwoording van de laatste vragen, als voorbeeld van metadenken. Voor mij is muziek liefde, en liefde heelt.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier