Basles

Pas dan ontstaat ware kunst en gaan mensen je nota bene als een geweldige muzikant beschouwen.
Om een geweldige muzikant te zijn, moet je dus ophouden met je imponeergedrag en je denken stopzetten terwijl je speelt, dan raak je pas weerkelijk geïnspireerd. Ik heb trouwens gemerkt dat mijn denken stopzetten terwijl ik luister, me so wie so in staat stelt om meer van de muziek te genieten en meer te horen - ook als ik niet speel.
Ik vind muziek maken en jazz spelen vooral een kwestie van bewustzijn. Zo heb ik gemerkt dat als ik iets wat ik wil spelen heel duidelijk in mijn hoofd heb en ik slaag erin om alle spanning los te laten, ik het ook kan spelen. Is het je weleens opgevallen hoe makkelijk het voor grootmeesters lijkt om op hun instrument te spelen? Dat is het voor hen ook! Het bewustzijnsniveau waarmee je in totale ontspanning, zonder na te denken, terwijl je je gevoel laat spreken, er op los improviseert, is een erg hoog bewustzijnsniveau. Spelen wordt een soort Zen. Op dat niveau zit maar een beperkt aantal meesters. Maar het is geen onbereikbaar ideaal; het is mogelijk om stukje bij beetje je bewustzijnsniveau te verhogen, en elke gezette stap levert enorm veel bevrediging op, want je hoort steeds meer, je kunt steeds meer en je begrijpt steeds meer. Ik denk dat het mogelijk is om op deze manier je bewustzijnsniveau eindeloos te verhogen. Tot nu toe is steeds zo gegaan bij mij, en ik wil nog enorm veel groeien, dus ik ben blij dat ik een methode heb gevonden die me daartoe in staat stelt!

Ik wil dit stukje nog aanvullen met de volgende e-mail wisseling:

Hallo beste Philip,
Eerst en vooral wil ik je enorm bedanken voor de zeer nuttige informatie die je ter beschikking stelt op je site!! Petje af!
Ook al ben ik geen basgitarist maar een gewone beginnende gitarist zit ik toch met een vraagje waar jij misschien een antwoord op weet.
Een vriend van me kent verschillende scales uit het hoofd en zijn solo's zijn dan ook heel erg mooi en impressionant om aan te horen. Ik heb die patroontjes echter nog niet gestudeerd en wil er voorzichtig mee omspringen. Wanneer ik van wal steek bij een solo vertrek ik enkel op het gevoel en volg ik mijn gehoor om de akkoorden te volgen. Dit heeft tot gevolg dat ik nog al eens valse noten speel.
Johan (de vriend waarover ik sprak) vindt het fantastisch dat ik zo kan improviseren en raad me aan zeker die patroontjes niet te leren omdat het beperkend zou werken. Ik wil echter goed leren solo's spelen en zit dus met een dilemma...
Heb jij wijze raad die me verder kan helpen?
Alvast vriendelijk bedankt, Jani

Hoi Jani,
Bedankt voor je compliment!
Ik ben het helemaal niet met je vriend eens: kennis van zaken hoeft echt niet te interfereren met je gevoel of afbreuk te doen aan je oren of zo. Ik kan je verzekeren dat je je gevoel net zo hard kwijt kunt als je wel al die toonladders kent - juist beter!!! Met gevoel spelen is m.i. een kwestie van smaak en/of keuze. Zo te horen ben jij iemand die ervoor kiest om met gevoel te spelen, en diezelfde keuze kun je echt wel blijven maken, óók als je meer kennis van de juiste toonladders hebt. Jij wilt gewoon zo spelen, dus waarom zou je dat niet doen als je je kennis verbreed hebt! Ik wil nog verder gaan: ik denk zelfs dat je met méér gevoel zult spelen, want die 'valse' noten leiden behoorlijk af (van je gevoel). Ik weet niet hoe het bij jou is, maar ik schrik behoorlijk als ik een lelijke noot speel, dus voor met gevoel spelen kan dat niet goed zijn. Mooiere, juiste noten spelen stelt je juist in staat om met meer gevoel te spelen!
Veel succes ermee, groet Philip

Kennis
Waar zitten de noten precies op de hals van basgitaar of contrabas? Als je jazz wilt spelen, moet je daar geen seconde over hoeven te peinzen. Ik heb een paar weken geleden mijn contrabas laten uitrusten met een extra hoge C snaar, wat me nog eens nadrukkelijk erop gewezen heeft dat die laatste opmerking een waarheid is als een koe. Die nieuwe snaar heeft de noten op een heel andere plek zitten dan ik gewend was, zodat ik nu onder het spelen opeens moet gaan bedenken waar die tonen zitten. Dat is niet alleen bijzonder vermoeiend, maar zorgt ook voor irritante vertragingen in mijn spel, wat ik niet ken van mezelf en uitsluitend met deze nieuwe situatie te maken heeft. Als je lopende bas speelt in de jazz, ga je vaak in één nummer door een groot aantal toonladders heen en broed je telkens op andere leuke manieren om je harmonische en ritmische steentje bij te dragen. Bovendien moet je je oren wijd openzetten om een passend antwoord te vinden op de grillen van je medespelers. Als dat allemaal lukt, sta je heerlijk te spelen - maar bij al die activiteiten kun je geen gebrekkige kennis van je hals gebruiken. Dan kun je het wel schudden als jazzbassist... Volgens mij geldt deze waarheid trouwens niet alleen voor de jazz, maar voor elke muziekstijl, al hoor je wel eens gekke verhalen. Ferdinand Rikkers vertelde me van de week dat hij een tijd lang met een bekende Nederlander heeft gespeeld die altijd alle nummers in C speelde en helemaal nooit in een andere toonladder. Gek werd Ferdinand ervan.

De enige manier om je hals te leren kennen op de manier die ik voorsta, is bewust spelen, spelen en nog eens spelen. Ik spijker mezelf momenteel in ijltempo bij door noten te lezen en a prima vista akkoordenschema's te spelen. Daarbij speel ik de noten zoveel mogelijk op mijn nieuwe snaar. Ook probeer ik zo nu en dan hele akkoordenschema's lang op de bovenste twee snaren te blijven. Aangezien ik na één week alweer wilde optreden met mijn prachtige contrabas, heb ik er vanaf het begin veel vaart achter gezet en elke dag geruime tijd gespeeld. Ik deed het zo dat ik niet bleef stilstaan bij één bepaalde partij; meestal speelde ik hem maar één keer. Het ging even niet om de perfectie van de uitvoering, maar om zoveel mogelijk noten te zien langskomen, zodat ik zo snel mogelijk leerde waar ze zitten op de hals. Deze fase wilde ik héél rap afsluiten, want leuk is het niet, dat geaarzel en getreuzel over de plaats van de noten. De methode heeft gewerkt, het optreden verliep perfect, al betrapte ik mezelf erop dat ik zo nu en dan op zeker speelde. Dat moet ook gauw over zijn; leven het avontuur!
Iets soortgelijks geldt m.i. voor het leren kennen van muziektheorie. Je doet jezelf een enorm plezier door je te gaan verdiepen in muziektheorie, als je dat nog niet gedaan hebt. Die verdieping is een voordeel als je niet het allerbeste gehoor van de wereld hebt: je wéét nu gewoon wat je moet spelen. Maar ook als je wel een fantastisch gehoor hebt is het goed om je in muziektheorie te verdiepen: je wordt op ideeën gebracht en gaat dingen uitproberen waar je anders niet was opgekomen.

Je begrijpt dus niet alleen waarom je bepaalde dingen moet spelen, maar je ontdekt nieuwe ingangen. Daarnaast helpt kennis van muziektheorie je om duidelijk te maken wat jij wilt met een stuk; je krijgt de beschikking over een terminologie die de communicatie met je medemuzikanten radikaal kan verbeteren. Sommige kennis heb je trouwens nodig om bepaalde dingen überhaupt te kunnen spelen. Ik zie bijvoorbeeld niet goed in hoe je over een altered akkoord kunt spelen zonder de melodische mineur te kennen en te begrijpen hoe de zaak theoretisch in elkaar zit. Als dat altered akkoord een halve maat gespeeld wordt en je moet daar ter plekke iets op verzinnen met je fantastische oren, is het moment al voorbij voordat je daarmee een begin hebt kunnen maken. Nog iets: het maakt gewoon niet zo'n goede indruk op medemuzikanten als je niet begrijpt hoe de vork in de steel zit.
Hoe meer je kunt 'dromen' wat je speelt, hoe perfecter je muziek kunt maken. Je moet zo min mogelijk hoeven na te denken, dat interfereert maar met de creatieve stroom. Het is zaak om zoveel mogelijk factoren uit te schakelen die kunnen interfereren met die creatieve stroom! Het op gang brengen en houden van de creatieve stroom en de interactie met medemuzikanten, daar gaat het veel jazzmuzikanten voor een groot deel om, waaronder ikzelf. Als dat goed gaat, kun je echt piekervaringen krijgen tijdens het spelen. Omdat je zo min mogelijk moet hoeven denken om beide dingen te realiseren, helpt het om zoveel mogelijk materie uit je hoofd te leren. Om een voorbeeld te noemen: je hebt er de rest van je carrière veel aan om alle mineur en majeur akkoorden uit het hoofd te kennen. Dus niet op de manier dat je snel kunt bedenken welke noten er in het desbetreffende akkoord zitten, nee, dat je dat gewoon weet, dat je dat zonder een seconde te hoeven nadenken kunt opdreunen. Het is ook heel prettig om de volgorde van mollen of kruisen te kennen die bij een bepaalde toonladder horen. Dat je bijvoorbeeld wéét dat er een Bb en een Eb in de toonladder horen als je twee mollen ziet staan. Ik wil je inspireren om deze kans om nog veel mooier en bevredigender muziek te maken niet aan je voorbij te laten gaan - aan de slag dus!

Ik lees op dit moment een bijzonder interessant boek van pianist Kenny Werner, Effortless Mastery (ik kan je een optreden van hem van harte aanbevelen, vooral als hij komt met de werkelijk zeer bijzondere drummer Ari Hönig). Kenny stelt dat je eerst de taal van een bepaalde stijl moet leren spelen, zoals bijvoorbeeld Bebop. Als je die taal niet kunt spreken, kun je ook niet uitdrukken wat je wilt. Maar het kennen van de taal is ook geen garantie dat je zinvol speelt in een Bebop nummer. Als je de Nederlandse taal kunt spreken, kun je weliswaar een brood bij de bakker bestellen, maar dat wil niet zeggen dat je ook een gedicht kunt schrijven - en goed spelen is ware kunst. Maar ook - en dit past bij de strekking van dit stuk - je kunt niet verwachten dat je een dichter wordt als je niet eerst de taal leert beheersen. Als je echt mooi en zinvol wilt spelen, stelt Kenny Werner, moet je proberen op te houden met 'goed' of 'virtuoos' te willen zijn en als je speelt je denken zoveel mogelijk stopzetten.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier