Basles

Ron Carter

Niet alleen zorgt deze methode ervoor dat ik minder kracht hoef uit te oefenen, hij heeft als extra voordeel dat ik sneller kan spelen. Logisch toch? De volgende snaar is al bijna helemaal naar beneden, dus de volgende noot snel spelen wordt een peuleschil.
Over de linkerhand wil ik in deze les nóg iets vertellen. Aanleiding voor dit verhaal was een vraag van Joris op het basforum. Joris schreef:
Wanneer ik op de laagste posities van de bas gitaarhals speel (en ook wel op hogere regionen) ben ik niet in staat om al mijn vingers daar te plaatsten op elke positie. Ik kan de eerste drie vingers (ringvinger doet al pijn, is niet ontspannen) aansluiten, maar met mn pink kan ik niks. Ik haal de 4e positie nooit, hoe ik ook oefen. Verder kan ik mijn middel- en ringvinger niet goed gebruiken, waardoor ik lage tonen (als ik bijv. de C en de D speel op de A-snaar) met mijn wijsvinger en pink speel. Klinkt dit iemand bekend in de oren ? Wat kan ik hier aan doen, zodat ik toch al mijn vingers ontspannen leer gebruiken op de lage posities en dat mijn middel/wijsvinger meer uit elkaar gaan staan?

Mijn antwoord:
Het is helemaal niet nodig om jezelf te forceren op deze manier hoor. Je hoeft echt niet vier verschillende vingers te gebruiken op de laagste vier posities. Het is veel makkelijker om in die regionen een techniek te gebruiken die de meeste contrabassisten gebruiken, namelijk om je pink en je ringvinger als 'één' vinger te gebruiken. Als je je wijsvinger op de eerste positie hebt staann– je speelt bijvoorbeeld een F op de E snaar – gebruik je nu je ringvinger en pink samen om de G te spelen.
Overigens: geloof leraren niet als die beweren dat je je vingers moet rekken en strekken (totdat ze zo in een kramp zitten dat je nauwelijks meer kunt spelen en vervolgens de ene na de andere blessure krijgt).
Het is veel beter om ontspannen te spelen en je hand vaker te verplaatsen dan te rekken en te strekken. Ook voor je snelheid, want hoe meer ontspannen je bent, hoe makkelijker het wordt om snel te spelen. Het verplaatsen van je linkerhand verpest je snelheid niet: dat doet spanning!

Dit is zo'n belangrijk inzicht dat ik het van de daken zou willen schreeuwen; ook omdat het ingaat tegen jaren muziekonderwijs in Nederland. Terwijl het dus gewoon de waarheid is.

De linkerhand 1
Dit stuk over de linkerhand gaat over de krachtsinspanning die we met de linkerhand leveren. Ik vertelde Peter Pot (een trekzak speler met wie ik al jarenlang samenspeel), dat me al jaren opvalt dat ik steeds minder kracht hoef te gebruiken om de snaren met mijn linkerhand naar beneden te krijgen. Opeens realiseerde ik me hoe ik dat eigenlijk voor elkaar krijg. Ik kan me voorstellen dat er wel meer contrabassisten geïnteresseerd zijn in dit onderwerp, want hoe je het ook wendt of keert, de contrabas is één van de zwaarste instrumenten dat er is, een instrument dat al talloze slachtoffers van blessures op zijn geweten heeft). Het is daarom een erg goed idee, mede-contrabassisten, om onze inzichten over dit onderwerp zo veel mogelijk te delen. Bij deze doe ik daarom een oproep; mede contrabassisten, maak alsjeblieft zoveel mogelijk je ideeën kenbaar over dit onderwerp, bijvoorbeeld op het basforum op deze site of door mij te mailen. Ik zorg er in het laatste geval gegarandeerd voor dat deze inzichten in een les gegoten worden – bijvoorbeeld als aanvulling op deze les.
Dit is het inzicht dat ik nu onder woorden wil brengen: het gaat erom om in een zo vroeg mogelijk stadium te beginnen met de snaar omlaag te brengen die je het volgende moment omlaag wilt brengen. Hoe later je daarmee begint, hoe sneller je hem omlaag moet brengen, anders ben je gewoon te laat.

Als je op het allerlaatste moment begint met een snaar omlaag te brengen, moet je dat met een bepaalde 'vaart' doen, want als je niet snel bent, deugt je timing niet, dan kom je erachteraan kakken. Als je op het laatste moment de snaar naar beneden drukt, betekent dat eigenlijk altijd dat je meer kracht uitoefent dan strikt noodzakelijk is. Je drukt de snaar keihard naar beneden en drukt hem daardoor hard tegen de toets - een stuk harder dan nodig is. Al gauw schieten je vingers in een kramp en ben je blij als je het einde van het nummer haalt. Echt spelen is er dan niet meer bij, het is meer een uitputtingsslag of een soort mind-mastery: wat is sterker, mijn kramp of ik. Een hele prestatie om de eindstreep te halen natuurlijk en om op deze manier je kramp te verbijten. Ik ben vast de enige niet die dit soort situaties in het verleden heeft meegemaakt: dit is zoiets als een gemeenschappelijk verleden dat wij contrabassisten delen. Maar nodig is die kramp dus niet: als je tijdig begint met de snaar omlaag te brengen, hoef je eigenlijk helemaal niet veel kracht te gebruiken. Stel dat je een basloopje speelt waarbij je voor elke noot van snaar moet wisselen. De truc is nu om de snaar van de volgende noot al bijna naar beneden gebracht te hebben terwijl je die eerste noot nog speelt. Dat lijkt een vermoeiende methode, omdat je tegelijk twee snaren naar beneden drukt, maar dat is het niet, omdat je maar (relatief) zacht hoeft te drukken.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier