Basles

Thelonious Monk

Dat wordt dus spelen in Amineur of majeur en Ab mineur. De Ab uit de vijfde maat is alweer het eerste akkoord van een volgend twee-vijf-eentje dat ons terugleidt naar Eb mineur.
In de 7e maat vindt nog even tritone subsitutie plaats (zie les 5). De B7 komt dus in de plaats van het F7 akkoord. In feite begin je in de laatste twee maten weer met een twee-vijf-eentje in Eb mineur.
Zoals je ziet, is het spelen van je solo nu veel makkelijker te worden: in plaats van gefixeerd te blijven op elk van de 16 akkoorden in het eerste Atje (ik heb ze even geteld), richt je je op het soleren in 5 toonladders. Dat scheelt een slok op een borrel natuurlijk, al zul je ook dáár nog wel even op moeten studeren.
Als de akkoordenbrei echt heel onoverzichtelijk dreigt te worden en je ziet niet direct welke toonladder je kunt gebruiken bij een bepaalde akkoordenreeks, kun je nagaan of de akkoorden gemeenschappelijke tonen hebben. Als je je solo zo opbouwt dat het op het moment dat die akkoorden langskomen zinvol klinkt om je tot die noten te beperken, zit je natuurlijk altijd goed. 95% van wat als jazz standards wordt gezien, zit harmonisch trouwens heel overzichtelijk in elkaar, dus vaak zul je deze laatste truc (gelukkig) niet toe hoeven passen. Het is ook meer een noodgreep dan een fijne methode – maar van pas komen doet hij soms wel.

bas

Spervuur akkoorden
De vraag die Paul Chan me dus enige tijd geleden stelde, was hoe je ontspannen kunt blijven terwijl er een spervuur van akkoorden op je wordt afgeschoten. De vorige twee lessen waren nodig om de weg te bereiden voor deze derde aflevering. Laat ik een paar dingen zeggen over ontspannen blijven tijdens de begeleiding en tijdens soleren.
Tijdens het begeleiden is er niet veel aan de hand, lijkt me. Als je vier akkoorden in één maat tegenkomt, kun je de grondtoon van de desbetreffende akkoorden spelen, dat is volstrekt legitiem voor een jazzbassist en wordt door iedereen in de band gewaardeerd: het verschaft lekker veel duidelijkheid voor je medemuzikanten die misschien ook wel hun best moeten doen om het hoofd boven water te houden. Vier noten in één maat spelen mag eigenlijk geen probleem zijn, daar moet je ontspannen bij kunnen blijven. Het is natuurlijk wel even wennen om a prima vista foutloos die akkoorden te lezen, wat je wel moet kunnen als professionele jazzbassist. Maar dit is eenvoudig te trainen.
Je pakt gewoon het realbook en dwingt jezelf om elke dag 7 schema’s te spelen die je nog niet kent op een bepaald tempo. Om deze oefening wat aardiger voor jezelf te maken, kun je dat bijvoorbeeld doen samen met het onvolprezen software programma Band-in-a-box. Kun je gelijk goed op je zuiverheid oefenen.

Dan nog: soms kom je partijen tegen die zo gruwelijk slecht en onduidelijk zijn opgeschreven dat je wel de mist in moet gaan. Ik zeg dit laatste omdat ik je wil stimuleren om jouw partijen wél duidelijk op te schrijven – vooral als je iets op papier zet voor je medebandleden. Zonder doorhalingen en vier maten per regel, dan heeft niemand er problemen mee, wat tot een veel beter eindresultaat leidt, dat spreekt vanzelf.
Voor het soleren over maten met vier akkoorden bestaat een eenvoudige truc: in plaats van gefixeerd te blijven op de noten van het desbetreffende akkoord, ga je in toonladders denken. Laten we een op deze manier naar de eerste acht maten van de beroemde standard ‘Round Midnight' van Thelonious Monk kijken. Klik hier.
De eerste 2 maten kun je in Eb mineur blijven spelen, al biedt dat Bb 7 altered akkoord in de 2e maat je natuurlijk de mogelijkheid om je uit te leven met een altered toonladder (zie mijn lessen over de melodische mineur). Zo'n harmonie noemen we een 'een-zes-twee-vijf', naar de trappen van de toonladder waarop de akkoorden gebowd zijn, zie les 59. In de derde maat zit een twee-vijf-eentje (weliswaar zonder ‘eentje’, maar toch). Zie les 60 voor de uitleg wat er met een twee-vijf-eentje wordt bedoeld. Die maat kun je af met Db majeur of mineur. In de vierde maat en vijfde maat zitten twee twee-vijf-eentjes snel achter elkaar.