Basles

Ik wil je dus aanraden om hier regelmatig aandacht aan te besteden, bijvoorbeeld elke dag even als er veel moet gebeuren en eens in de twee weken als je redelijk tevreden bent over je knijpen.
In negen van de tien gevallen betekent dit dat hun toon lelijker wordt, want hard aanslaan en een goede toon behouden is echt een kunst, nog afgezien van het feit dat je veel vraagt van je spieren en eeltkorsten. Er zijn trouwens ook bassisten die hier geen probleem mee hebben, de Schwartzenegger bassist bestaat en heeft vaak een prachtige toon. Helaas zijn we niet allemaal met granieten spieren geschapen en gelukkig kunnen we desondanks nog heel mooi contrabas leren spelen.

Te zacht drukken is natuurlijk ook niet goed, dat spreekt voor zich, dan krijg je een heel lullig toontje of helemaal geen toon. Te zacht knijpen zal daarom weinig voorkomen, vermoed ik, terwijl te hard knijpen heel verleidelijk is. Ga er daarom eens een kwartiertje echt voor zitten en ga na welke (minimale) druk volstaat! Die dat over je hele hals, want je hoeft niet overal even hard te drukken; je moet bijvoorbeeld harder drukken bij de laagste en de hoogste tonen. Hoe minder energie je aan knijpen hoeft te besteden, hoe meer energie er vrij komt voor andere zaken - en die heb je hard nodig bij dit toch wat weerbarstige (maar prachtige) instrument. Het is heel mooi, een contrabas. Maar je moet er wel voor werken.

Knijpen
Het is echt een kunst om niet te veel te gaan knijpen met de linkerhand. Zoals met alles wat met techniek te maken heeft, besteden we al gauw teveel energie aan het naar beneden drukken van de snaren. Vaak nemen we gewoon het zekere voor het onzekere en knijpen ons een kramp, want dat is natuurlijk het onvermijdelijke gevolg van (te) hard knijpen. Een nummer kan niet kort genoeg duren, je baalt vreselijk als de saxofonist aan zijn dertigste chorus begint. (In negen van de tien gevallen is dat trouwens so wie so geen pretje.)

Ik heb gemerkt dat je – als de snaren niet een kilometer van de hals staan – je eigenlijk helemaal niet ze vreselijk hard hoeft te knijpen, dat valt reuze mee. Dat wil niet zeggen dat ik nooit hard knijp hoor, ik ben er nog lang niet: ik ben een eeuwige student en ben hard van plan zo lang als mijn lichaam het toestaat steeds efficiënter te worden wat het gebruik van mijn spieren betreft.

Dat moet ook wel, want ik weet niet of ik op mijn 75ste nog steeds over dezelfde spierkracht beschik als nu, terwijl ik toch echt van plan ben om tot in de eeuwen der eeuwen bas te blijven spelen.

Het is mijn lust en mijn leven, dus het lijkt me behoorlijk gestoord om ermee op te houden. Behalve dat we het zekere voor het onzekere nemen, kan er nog een oorzaak zijn van te hard knijpen, namelijk onzekerheid. In situaties waarin ik me niet zeker voel, raak ik gespannen – dat heeft iedereen. Gespannenheid zorgt voor een bewustzijnsvernauwing, die we proberen te compenseren door extra ons best te doen, wat een averechts effect heeft op de geleverde prestatie en, naarmate we meer gespannen zijn, voor steeds meer controleverlies zorgt over de beheersing van ons spel en van onze spieren (zie ook les 1 over ontspanning).

Hoe harder je aanslaat, hoe harder je moet knijpen. Ga dus ook na of je tevreden bent over de hardheid van je aanslag. Veel bassisten gaan harder aanslaan als ze samenspelen dan als ze in hun eentje spelen, wat waarschijnlijk het gevolg is van de eerder genoemde spanning. Bij het studeren heb ik zelf nog weleens de neiging om overal op te letten, behalve op de mate waarin ik druk uitoefen bij het knijpen. Ik let op zuiverheid, mijn toon, mijn notenkeuze en ik let op of ik wel ontspannen speel – behalve als het gaat om knijpen. Fout! Zodra ik er wél op ga letten, blijkt dat het beter kan en heb ik er direct profijt van.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier