Basles

Joe Henderson

Vrijwel altijd wanneer mensen zeggen: ‘Speel dat loopje swingend’, dan bedoelen ze dat je achtste noten met dat gevoel moet spelen: met een triolen feeling dus. Het was dus een bijzonder populaire indeling ten tijde van de Swingperiode en nog steeds zijn veel jazz muzikanten er dol op. Als mensen net jazz leren spelen, spelen ze loopjes meestal op deze manier. Het is natuurlijk ook een leuk figuur en swingen doet het inderdaad.
Dat is allemaal goed en wel, maar het kan nog leuker, vind ik. Ik doel op de volgende truc: als je een loopje met achtste noten tegenkomt, geef je elke tweede achtste noot een zwaarder accent, zonder hem korter te maken dan de voorgaande noot. Dit is daarbij heel belangrijk: de eerste en de tweede achtste noot moeten precies even lang duren, maar de tweede achtste noot krijgt dus een zwaarder accent. Dit gaat zo door: de derde achtste noot krijgt weer een lichter accent, de vierde een zwaarder, de vijfde een lichter, enz., enz. Dat ziet er zo uit:

Speel maar eens iets heel eenvoudigs op deze manier: als je dit figuur nog niet kent of nog niet bewust zelf gespeeld hebt, zul je versteld staan over de gigantische ritmische spanning die deze benadering aan je melodie meegeeft. De triolen benadering uit de vorige alinea lijkt een triviaal hupsje vergeleken met de enorme power die dit aan je melodielijn geeft.
Wat mij betreft is dit de ritmische basis van de moderne, melodische jazz improvisatie, of laten we zeggen: van alle stijlen vanaf de Bebop.

Chet Baker

Chet Baker

Jazz accenten
In deze les wil ik je de ritmische basis duidelijk te maken van vrijwel elk modern jazz loopje. Waarom? Omdat daar nogal wat misverstanden over bestaan. Laat ik bij het begin beginnen.
In de klassieke muziek worden de eerste en de derde tel als de zware maatdelen beschouwd; de één (de eerste tel, zwaarste accent) en de drie krijgen het zwaarste accent. In de jazz is eerder het omgekeerde waar: niet voor niets slaat de drummer harder op de twee ende vier. De muziek krijgt een wat lichtere swing door de twee en de vier te accentueren.
Maar je kunt nu ook weer niet zeggen dat het accent op de één de swing volledig in de weg zit: in de funk is het accent op de één superzwaar, denk maar aan James Brown, en dat staat een vette, aardse swing totaal niet in de weg. Wel is het zo dat het accent op de twee en de vier de muziek lichter maakt. Dat kun je van funk niet zeggen, dat die muziek licht is. Eerder lekker zwaar.

De wortels van het ritme van de jazz liggen natuurlijk in Afrika. Je zou kunnen zeggen dat jazz een soort fusion is, een samensmelting van Afrikaanse ritmes en Europese harmonieën.

In Afrika is het heel normaal om een vierkwart en een driekwarts maat ‘door elkaar’ te spelen. In Zuid-Amerikaanse ritmes loopt de vier-drie indeling ook heel sterk door elkaar.
In Suriname wonen nog stammen die zelfs de liedjes uit afrika nog zingen, veel uit hun oude cultuur is daar bewaard gebleven.In de jazz is daarvan overgebleven dat het normaal is om een vierkwartsmaat te spelen met een triolen gevoel. Bovendien wordt een driekwartsmaat nog wel eens afgewisseld met een vierkwartsmaat. Ik doe dat laatste vaak wanneer ik met Domi Aerts speel, dat geeft een hele leuke en verrassende afwisseling.

Uit de Swing is een ritmisch figuurtje heel bekend geworden. Wanneer er staat:

achtste noten

wordt er vaak een ander figuurje gespeeld. Het gaat om een triool binnen één tel:

noten

 

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier