Basles

Als je erin slaagt om van positie te wisselen terwijl de desbetreffende snaar ingedrukt blijft, hoef je hem niet nogmaals naar beneden te krijgen en dat scheelt kracht, die je nu ergens anders voor kunt gebruiken. Bijvoorbeeld om het vol te houden om de solist nog 20 chorussen te begeleiden in een bloedtempo.
Soms móet je wel in één positie spelen, bijvoorbeeld omdat je een vast loopje moet spelen waar uitsluitend de allerlaagste noten inzitten - dus op de plek waar je het hardst moet drukken om de snaren naar beneden te krijgen. Daar hou ik niet van, vooral niet als ik veel van snaar moet wisselen. Ik krijg daar altijd kramp van in mijn hand, hoe ontspannen ik zo'n loopje ook probeer te spelen.

Dat klassieke contrabassisten steeds op en neer vliegen over hun hals, heeft dus nog een voordeel, behalve het voordeel van het constant houden van de sound: het speelt lichter. Lopende bas spelen kan ik uren volhouden zonder kramp, ook in de (aller)hoogste tempi. Mijn advies is daarom: experimenteer met het wisselen van positie, eerder dan je misschien uit jezelf zou doen omdat je in één positie alle noten binnen handbereik hebt. Soms speelt wisselen gewoon lekkerder! Bovendien: je moet nu eenmaal regelmatig van positiewisselen, daar kom je niet onderuit, dus hier bewust mee omgaan levert je so wie so veel op.

bas

Positie
In welke positie speel je wat? Ik hanteer twee criteria voor de beantwoording van die vraag.

1. Wat speelt het lekkerst.
2. Wat klinkt het best.

Meestal klinkt wat het lekkerste speelt het beste, zodat ik in 90% van de gevallen geen rekening hoef te houden met het 2e criterium, maar af en toe klinkt het wél mooier om mijn hand te verplaatsen. Als ik een melodielijn speel, kan het soms storend zijn qua sound om voor één toon van snaar te wisselen. De E snaar heeft bijvoorbeeld een andere sound dan de A snaar, en het kan storend zijn om die ene noot van de melodie op de E snaar te spelen als ik de rest op de A snaar speel. Als je plukt, heb je daar overigens minder last van dan als je strijkt. Als je strijkt, zijn de soundverschillen tussen de snaren groter. Strijkers blijven daarom langer op één snaar spelen dan plukkers. (Gek trouwens dat aanslaan plukken heet – we plukken helemaal niet, we slaan aan.) Misschien is het je wel eens opgevallen dat de linkerhand van rechtshandige bassisten in de klassieke muziek bijna voortdurend over de hals op en neer beweegt.

 

Voordat ik contrabas ging spelen, had ik al de nodige jaren op de basgitaar achter de rug. Op de basgitaar is het prettig om zoveel mogelijk in één positie te spelen. Dat is gewoon lekker makkelijk, dan hoef je je hand niet te verplaatsen.
Je blijft op de basgitaar meestal vrij lang in één of twee posities spelen, tenzij je bijvoorbeeld even een paar hoge noten wilt spelen tussendoor. Als het niet anders kan, verplaats je je linkerhand naar een positie waar je voorlopig weer even vooruit kan. Bij de contrabas werkt dat anders. Van snaar wisselen op de contrabas kost namelijk extra kracht – eigenlijk meer kracht dan van positie veranderen. Bij de basgitaar hoef je je vinger maar op de goede plaats te leggen en de snaar is al naar beneden (zo voelt het althans voor bassisten die vaak contrabas spelen) en daarom is het op de basgitaar geen probleem om zo lang mogelijk in één positie te spelen. Dat is behoorlijk vermoeiend op de contrabas. Om de tonen vloeiend na elkaar te spelen terwijl je van snaar wisselt, druk je de volgende snaar al naar beneden nog voordat je die toon gespeeld hebt, en dat vraagt heel wat van je spieren. Op de contrabas zul je daarom eerder van positie veranderen dan op de basgitaar.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier