|
Dit
wordt dan (voorlopig?) de laatste les die ik aan het onderwerp snaren
voor de contrabas ga besteden. Ik ga proberen om alle info, die
collega bassisten in de vorige lessen over snaren zo smakelijk hebben
opgedist, samen te vatten en te combineren met wat extra informatie
uit interviews.
Er kan maar een snaar de winnaar zijn, er is maar één
snaar het meest populair, en dat is voor de contrabas duidelijk
Thomastik geworden. De meeste (beroemde) Nederlandse jazzbassisten
spelen erop, om er maar een paar te noemen: Koos Serierse, Hein
van der Geyn, Peter Krijnen, Ruud Ouwehand, Henk Haverhoek, Hans
Mantel, Frans van der hoeven en Johan Plomp. Dit zijn metalen snaren
met een nylon kern. Waarom gebruiken al die bassisten Thomastik?
Er worden nogal wat voordelen genoemd: ze zijn duurzaam en betaalbaar,
ze blijven goed op stemming, ze hebben meer sustain in het hoog
(vergeleken met nylon en darm), ze zijn helderder
Je zou zeggen:
waarom zou je überhaupt nog iets anders proberen?
Ondanks al deze voordelen van metalen snaren, blijven er een aantal
die hards volhouden dat darm snaren veel mooier zijn. Hierbij gaan
zij louter af op de warme, volle klank, die wij bijvoorbeeld kennen
uit de vijftiger jaren jazz. En inderdaad, ze hebben gewoon gelijk,
het is ook echt mooi warm. Er zijn echter nogal wat nadelen verbonden
aan het spelen op darmsnaren, je moet er echt iets voor over hebben,
dat is duidelijk: ze ontstemmen nogal (veel sneller dan metalen
of nylon snaren), ze knappen zelfs af en toe (dat heb ik nog nooit
meegemaakt met een metalen snaar), ze hebben minder sustain. ze
klinken minder helder in de duimposities en ze kunnen niet tegen
vocht. Ondanks deze (wat mij betreft enorme) bezwaren, zijn sommige
bassisten wild enthousiast over darmsnaren, en niet de eersten de
besten. Ik noem bijvoorbeeld Jos Machtel, die het heeft over een
mooi rond geluid met veel punch. En dat heeft hij, een prachtig
vol en warm geluid produceert hij met zijn snaren en zijn unieke
duimtechniek. Bovendien speelt hij loep zuiver, dit ter relativering
van de veel gehoorde klacht over het ontstemmen van darmsnaren. |
Hier in Groningen, waar ik woon, heb ik op sessies regelmatig Bert
van Erk zien spelen, die ook darmsnaren gebruikt.

Bert
van Erk |
Soms
heb ik dan gewoon zin om zelf te spelen en voor ik er erg in heb,
sta ik mijn best te doen op die bas van hem. Help! Ik kan je verzekeren
dat darmsnaren geen pretje zijn als je metaal of nylon gewend bent,
zoals ik. Ze zijn veel flexibeler, ze vliegen echt alle kanten op
als je erop speelt zo voelt het voor mij althans. Het vereist
een speciale techniek om op zulke wapperende snaren te spelen. Ik
zie dat ook aan Bert; hij moet echt werken op zijn bas en heeft
van die Popeye the Sailorman onderarmen gekregen. Bert is er trouwens
héél handig in geworden en is een bijzonder goede
bassist. Maar het lijkt me vrijwel onmogelijk om echt héél
snel te spelen met darmsnaren, daarvoor wapperen ze denk ik teveel.
(Zoals dat altijd gaat; nu ik dit gezegd heb zal ik waarschijnlijk
de komende tijd talloze bassisten op darmsnaren razendsnel horen
spelen, hoe onwaarschijnlijk dat me nu ook toeschijnt.)
 |
Nog even een kleine kanttekening bij de Thomastik Dominant, gemaakt
door Ferdinand Rikkers, basgitaar en contrabasbouwer in Groningen,
die mijn mooie elektrische bas gebouwd heeft. Hij verkoopt ze niet
meer, hij kreeg een tijdlang elk setje terug omdat er snaren van
geknapt waren.
|
Sommige snaren zijn specifieke pluksnaren en zijn niet geschikt
om mee te strijken. Strijkers moeten snaren gebruiken die strakker
staan en dus ook moeilijker naar beneden te krijgen zijn. Met Thomastik
Weich kunnen deze sterke mannen bijvoorbeeld niets.
Ik was zelf even enthousiast over Pirastro Obligato. Tjitze Vogel
speelt er ook op. Ik heb drie maanden op een setje gespeeld. De
Pirastos klinken behoorlijk darmachtig, moet ik zeggen, leuk
om ook eens met zon klank gespeeld te hebben. Maar ze hebben
minder sustain in de duimposities en toch een wat minder helder
en krachtig geluid, vind ik. Bovendien: na die drie maanden vond
ik de klank zwaar bergafwaarts gegaan en ben ik gauw weer overgestapt
op metalen snaren (Thomastik Weich). Ik miste de metalen klank en
ben blij dat ik weer metalen snaren op mijn bas heb. Nu moet ik
wel zeggen: ik ben so wie so een nieuwe snaren freak, ik ben dol
op het heldere geluid van nieuwe snaren, al kost deze voorkeur me
dan ook handenvol geld.
Voordeel van die Pirastros is wel dat ze ongelooflijk soepel
zijn, ze spelen echt heel licht. Voordat ik op de Pirastros
ging spelen had ik een irritante blessure aan de duim van mijn linkerhand
van al dat knijpen. Even spelen en mijn duim begon zeurend pijn
te doen. Na een tijdje op de Pirastro's gespeeld te hebben, was
mijn duim weer helemaal tot rust gekomen. Ik merk er nu niets meer
van. Misschien neem ik wel weer zon setje als ik nog eens
last krijg van mijn duim, want die snaren moeten toch steeds naar
beneden natuurlijk. Ik heb wel eens met een contrabasleraar gesproken
die zei: Een contrabas is geen instrument, dat is een werktuig.
En al vind ik de contrabas wél een instrument, een bijzonder
mooi instrument zelfs, ik kan wel een beetje begrijpen wat hij bedoelt.
Het is niet niks, contrabas spelen, dat zullen wij contrabassisten
allemaal wel beamen. Na vier uur contrabas spelen voel ik me toch
echt anders dan de saxofonist of de pianist; het kan niet ontkend
worden dat de contrabas een fysiek zwaar instrument is.
Wat ik ook een aantal malen terugkreeg op de enquête was de
opmerking dat de snaren er niet zoveel toe doen. Het gaat veel meer
om de manier waarop je zelf je sound maakt, op welke snaren je speelt
is minder belangrijk. Hans Mantel en Tony Overwater vertellen leuke
anekdotes over Ray Brown; het maakte niet uit op welke bas die man
speelde of welke snaren hij op zijn bas had, hij bleef altijd zijn
prachtige Ray Brown sound houden. Joris Teepe vertelde me vorige
week hetzelfde. Dit ter relativering van het belang van snaren! |