Basles

Sommige snaren zijn specifieke pluksnaren en zijn niet geschikt om mee te strijken. Strijkers moeten snaren gebruiken die strakker staan en dus ook moeilijker naar beneden te krijgen zijn. Met Thomastik Weich kunnen deze sterke mannen bijvoorbeeld niets.

Ik was zelf even enthousiast over Pirastro Obligato. Tjitze Vogel speelt er ook op. Ik heb drie maanden op een setje gespeeld. De Pirasto’s klinken behoorlijk darmachtig, moet ik zeggen, leuk om ook eens met zo’n klank gespeeld te hebben. Maar ze hebben minder sustain in de duimposities en toch een wat minder helder en krachtig geluid, vind ik. Bovendien: na die drie maanden vond ik de klank zwaar bergafwaarts gegaan en ben ik gauw weer overgestapt op metalen snaren (Thomastik Weich). Ik miste de metalen klank en ben blij dat ik weer metalen snaren op mijn bas heb. Nu moet ik wel zeggen: ik ben so wie so een nieuwe snaren freak, ik ben dol op het heldere geluid van nieuwe snaren, al kost deze voorkeur me dan ook handenvol geld.

Voordeel van die Pirastro’s is wel dat ze ongelooflijk soepel zijn, ze spelen echt heel licht. Voordat ik op de Pirastro’s ging spelen had ik een irritante blessure aan de duim van mijn linkerhand van al dat knijpen. Even spelen en mijn duim begon zeurend pijn te doen. Na een tijdje op de Pirastro's gespeeld te hebben, was mijn duim weer helemaal tot rust gekomen. Ik merk er nu niets meer van. Misschien neem ik wel weer zo’n setje als ik nog eens last krijg van mijn duim, want die snaren moeten toch steeds naar beneden natuurlijk. Ik heb wel eens met een contrabasleraar gesproken die zei: ‘Een contrabas is geen instrument, dat is een werktuig’. En al vind ik de contrabas wél een instrument, een bijzonder mooi instrument zelfs, ik kan wel een beetje begrijpen wat hij bedoelt. Het is niet niks, contrabas spelen, dat zullen wij contrabassisten allemaal wel beamen. Na vier uur contrabas spelen voel ik me toch echt anders dan de saxofonist of de pianist; het kan niet ontkend worden dat de contrabas een fysiek zwaar instrument is.

Wat ik ook een aantal malen terugkreeg op de enquête was de opmerking dat de snaren er niet zoveel toe doen. Het gaat veel meer om de manier waarop je zelf je sound maakt, op welke snaren je speelt is minder belangrijk. Hans Mantel en Tony Overwater vertellen leuke anekdotes over Ray Brown; het maakte niet uit op welke bas die man speelde of welke snaren hij op zijn bas had, hij bleef altijd zijn prachtige Ray Brown sound houden. Joris Teepe vertelde me vorige week hetzelfde. Dit ter relativering van het belang van snaren!

Snaren 9
Dit wordt dan (voorlopig?) de laatste les die ik aan het onderwerp snaren voor de contrabas ga besteden. Ik ga proberen om alle info, die collega bassisten in de vorige lessen over snaren zo smakelijk hebben opgedist, samen te vatten en te combineren met wat extra informatie uit interviews.

Er kan maar een snaar de winnaar zijn, er is maar één snaar het meest populair, en dat is voor de contrabas duidelijk Thomastik geworden. De meeste (beroemde) Nederlandse jazzbassisten spelen erop, om er maar een paar te noemen: Koos Serierse, Hein van der Geyn, Peter Krijnen, Ruud Ouwehand, Henk Haverhoek, Hans Mantel, Frans van der hoeven en Johan Plomp. Dit zijn metalen snaren met een nylon kern. Waarom gebruiken al die bassisten Thomastik? Er worden nogal wat voordelen genoemd: ze zijn duurzaam en betaalbaar, ze blijven goed op stemming, ze hebben meer sustain in het hoog (vergeleken met nylon en darm), ze zijn helderder… Je zou zeggen: waarom zou je überhaupt nog iets anders proberen?

Ondanks al deze voordelen van metalen snaren, blijven er een aantal die hards volhouden dat darm snaren veel mooier zijn. Hierbij gaan zij louter af op de warme, volle klank, die wij bijvoorbeeld kennen uit de vijftiger jaren jazz. En inderdaad, ze hebben gewoon gelijk, het is ook echt mooi warm. Er zijn echter nogal wat nadelen verbonden aan het spelen op darmsnaren, je moet er echt iets voor over hebben, dat is duidelijk: ze ontstemmen nogal (veel sneller dan metalen of nylon snaren), ze knappen zelfs af en toe (dat heb ik nog nooit meegemaakt met een metalen snaar), ze hebben minder sustain. ze klinken minder helder in de duimposities en ze kunnen niet tegen vocht. Ondanks deze (wat mij betreft enorme) bezwaren, zijn sommige bassisten wild enthousiast over darmsnaren, en niet de eersten de besten. Ik noem bijvoorbeeld Jos Machtel, die het heeft over een mooi rond geluid met veel punch. En dat heeft hij, een prachtig vol en warm geluid produceert hij met zijn snaren en zijn unieke duimtechniek.

Bovendien speelt hij loep zuiver, dit ter relativering van de veel gehoorde klacht over het ontstemmen van darmsnaren.
Hier in Groningen, waar ik woon, heb ik op sessies regelmatig Bert van Erk zien spelen, die ook darmsnaren gebruikt.

Bert van Erk

Bert van Erk

Soms heb ik dan gewoon zin om zelf te spelen en voor ik er erg in heb, sta ik mijn best te doen op die bas van hem. Help! Ik kan je verzekeren dat darmsnaren geen pretje zijn als je metaal of nylon gewend bent, zoals ik. Ze zijn veel flexibeler, ze vliegen echt alle kanten op als je erop speelt – zo voelt het voor mij althans. Het vereist een speciale techniek om op zulke wapperende snaren te spelen. Ik zie dat ook aan Bert; hij moet echt werken op zijn bas en heeft van die Popeye the Sailorman onderarmen gekregen. Bert is er trouwens héél handig in geworden en is een bijzonder goede bassist. Maar het lijkt me vrijwel onmogelijk om echt héél snel te spelen met darmsnaren, daarvoor wapperen ze denk ik teveel. (Zoals dat altijd gaat; nu ik dit gezegd heb zal ik waarschijnlijk de komende tijd talloze bassisten op darmsnaren razendsnel horen spelen, hoe onwaarschijnlijk dat me nu ook toeschijnt.)

Nog even een kleine kanttekening bij de Thomastik Dominant, gemaakt door Ferdinand Rikkers, basgitaar en contrabasbouwer in Groningen, die mijn mooie elektrische bas gebouwd heeft. Hij verkoopt ze niet meer, hij kreeg een tijdlang elk setje terug omdat er snaren van geknapt waren.


Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier