Basles
bas

Bij een contrabas verandert het geluid ook flink: tegen de kam krijgt de aanslag meer 'punch' zoals dat wel wordt genoemd, de noten knallen er meer uit en klinken vol. Tegelijkertijd krijgen ze ook een enigszins 'dof' karakter. Ik trap hier tegen heilige huisjes aan: veel bassisten vinden het een must om dicht bij de kam aan te slaan. Ik niet, ik vind het slechts één van de mogelijkheden. Als je hoger aanslaat, wat dichter bij de toets, krijg je minder punch, dat klopt, maar er komen ook hoge tonen bij, wat veel kan helpen voor de de verstaanbaarheid van je noten als je soleert. Als je soleert, is het sowieso veel minder belangrijk om veel punch te hebben, is mijn opvatting, misschien omdat ik op de eerste plaats een melodieuze solist ben. Dan wil ik dus dat mensen kunnen genieten van mijn melodieën. Punch leidt daar maar van af.

Er staan nu vier filmpjes op de site waarin ik de techniek van het schampen van de snaar bij snelle passages demonstreer, op bagitaar in slow motion en normaal en op contrabas contrabas slow motion & contrabas normaal. Ze zijn gemaakt door mijn vriend Hendrik Mulder. Zoals je ziet, kan ik mijn aanslagvingers vrijuit laten wapperen. Omdat ik deze techniek gebruik, hoef ik ook niet met drie of vier vingers te leren aanslaan, wat me bepaald lastig lijkt.

Over het gebruiken van 'vlees' bij de aanslag: dit is een manier om de toon wat voller te laten klinken in de duimposities. Als je maar hoog genoeg gaat, zullen je tonen op een gegeven moment onvermijdelijk wat 'plooinkeriger' gaan klinken. Als je in die posities je wijsvinger in de lengterichting van de snaar positioneert om aan te slaan, klinkt je toon voller en miner 'plooinkeriger'.

Er worden dus méér aanslagtechnieken gebruikt. En terecht: elke methode heeft dus zijn voordeel en een specifieke sound- en meestal ook een nadeel. Voor verschillende effecten kun je verschillende technieken gebruiken. Het is dus zaak om te blijven experimenteren; er is heel veel mogelijk en waarschijnlijk zijn de meest gebruikte technieken nog maar een kleine greep uit alle mogelijkheden. 40 jaar geleden werd er niet geslapt, een paar jaar geleden nog niet getapt. We gaan nog heel wat meemaken op dat gebied. Jos Machtel bijvoorbeeld slaat (op zijn contrabas) aan met zijn duim, een techniek die hij van zijn leraar Victor Kaiatu heeft geleerd. Klinkt prachtig, zoals hij dat doet. Joris Teepe (ook op de contrabas) omklemt zijn snaren in een alvorens los te laten, wat trouwens een vrij populaire techniek is. In de vorige eeuw zijn bassisten daarmee begonnen; je krijgt er een heel vol, hard geluid door, maar snel spelen is er natuurlijk niet meer bij. Gebruik hem dus bij de hardere passages, raad ik je aan, en verder niet. Harry Emmery gebruikt soms een techniek waarbij hij op de snaren van zijn contrabas slapt met zijn duim – alsof het een befrette basgitaar is en hij funk speelt. Je moet ervan houden, maar apart en ritmisch is het zeker. Er is dus veel mogelijk wat aanslagtechnieken betreft - laat je niet op de mouw spelden dat het per se op één manier moet!

De aanslag
Voorop gesteld: je aanslag stelt je in staat om je eigen sound te vinden. Je aanslag bepaalt voor een groot deel hoe je klinkt. Beslissingen op dit gebied hebben dus enorme consequenties.
Er zijn veel manieren om de snaar aan te slaan en ook veel plekken op de contrabas waarop je dat kunt doen. Je kunt dat dicht bij de kam doen, hoger, je kunt je vinger om de snaar heen krullen, je kunt hem in een hoek van ongeveer 90% houden ten opzichte van de snaar, maar je kunt ook je vinger bijna evenwijdig aan de snaar houden en veel 'vlees' gebruiken. Elke techniek heeft zijn voordelen. Elke techniek geeft een bepaald geluid, een bepaald effect. Wat streef jij na voor geluid? Of liever gezegd: wat streef jij op een bepaald moment na voor geluid? In het ideale geval heb je een aantal technieken tot je beschikking, zodat je een gefundeerde keuze kunt maken.

Het aanslaan van de snaar is een relatief nieuwe techniek, met alle gevolgen van dien. Op contrabas wordt in de klassieke muziek voornamelijk gestreken, en je hoeft maar even te kijken naar de onhandige manier waarop klassieke contrabassisten met één vinger de snaar op 'elegante' wijze beroeren om in te zien dat plukken in de klassieke muziek onderontwikkeld is. In de jazz heeft het plukken een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. In het grootste gedeelte van de vorige eeuw was het moeilijk om de contrabas adequaat te versterken, met als gevolg dat bassisten voornamelijk geïnteresseerd waren in het produceren van zoveel mogelijk geluid. Hun aanslag was daar ook op afgestemd; met twee vingers tegelijk ramden ze op hun snaren. Er zijn nog steeds romantici die denken dat het zo hoort. Ik ben blij dat we niet meer zo hoeven te spelen nu de versterking veel beter geregeld is en kunnen kiezen voor een meer muzikale benadering van het instrument.

Bassisten proberen meestal zelf te ontdekken op welke manier zij het beste kunnen plukken, en dat is misschien maar goed ook. Een aanwijzing van veel leraren, die ook vaak in boekjes staat is dat het goed is om, nadat je hebt aangeslagen, je vinger tot rust te laten komen op de volgende snaar, de 'vallende' techniek. De kans is groot dat jij op deze manier speelt, want deze techniek is heel populair. Nu is het zo dat je met de vallende techniek inderdaad een prachtige, volle toon krijgt. Dat willen we natuurlijk allemaal – ik ook, en ik gebruik hem dus ook vaak, vooral bij langzame passages. Voor de razendsnelle passages is deze techniek echter niet ideaal. De volgende opmerking van mij zul je niet vaak tegenkomen: omdat de meeste bassisten de vallende techniek ook proberen te gebruiken bij snelle passages, klinken die snelle passages meestal als een onduidelijke brei. Het is namelijk vrijwel ondoenlijk om echt snel te spelen met deze techniek.

Na een aantal frustrerende jaren van het toch op die manier proberen, verkondigen een heleboel bassisten opeens de mening dat snel spelen op de bas geen goed idee is. Op die manier maskeren ze hun falen en maken van de nood een 'deugd'. Maar er kan natuurlijk niets op tegen zijn om snel te leren spelen op de bas, laten we eerlijk zijn. Hoe meer techniek je hebt, hoe beter je de ideeën in je hoofd ten gehore kunt brengen. Techniek mag nooit het hoofddoel worden, maar als middel is het onontbeerlijk.

1. Je ontmoet weerstand door met de volgende snaar in contact te komen. Het kost kracht en tijd. Naarmate je meer bronnen van weerstand teniet doet, speel je steeds meer ontspannen en (dus) kun je soepeler en sneller spelen. Je moet leren om je vingers zo vrij mogelijk te laten bewegen. Het is even wennen om er een techniek bij te leren, maar ik kan je echt aanraden om te proberen ook eens niet met de volgende snaar in contact te komen. Het zal je mogelijkheden bij snelle passages gigantisch vergroten.

2. Het maakt geluid wanneer je de volgende snaar aanraakt. Dat hoor je nauwelijks, maar het is toch zo, en heeft absoluut effect op je totale sound. Je toon is minder helder dan wanneer je niet met die snaar in contact komt. Dat is niet erg bij langzame loopjes, maar je zult verbaasd staan over de winst die je boekt in je sound wanneer je hiermee ophoudt bij snelle loopjes. Met de vallende techniek krijg je inderdaad een vollere toon, maar daar heb je weinig aan bij snelle passages omdat het interfereert met de helderheid, waar je natuurlijk veel behoefte aan hebt bij snelle loopjes – anders hoort niemand wat je precies speelt, en is snel spelen zinloos.

Hoe doe ik het dan? Wanneer ik bij snelle loopjes aansla op de contrabas, schamp ik de snaar meestal min of meer; ik raak hem met de toppen van mijn vingers. Daardoor kan ik nu snelle noten ontspannen en snel spelen, wat vaak erg goed uitkomt.

Als je minder weerstand ondervindt, kun je een (super)snelle lick beter ontspannen laten klinken. Ik vind dat ik alleen maar goed klink als ik ontspannen speel, en ik ben ervan overtuigd dat dit voor iedereen geldt. Maar er is nog een argument, dat ik al onder 2 noemde: als je een vol en diep geluid maakt op je bas en snel speelt, kan niemand meer onderscheiden wat je speelt.

Vooral vanaf een wat grotere afstand klinken je noten dan als een brei. Niet voor niets speelde Jaco Pastorius tegen het uiteinde van de snaar op zijn fretloze basgitaar, waar de snaar heel helder klinkt, maar beslist een minder diepe klank heeft. Probeer maar. Nu ik het daar toch over heb: met name op de basgitaar is de positie van je rechterhand heel belangrijk. Als je wat verder naar je toets kruipt, hebben de tonen de neiging om dieper en voller te klinken. Op een fretloze basgitaar krijgen ze bovendien meer dat karakteristieke, 'fretloze' geluid. Dat is echt een prachtige sound voor langzame, gedragen melodieën en variaties.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier