Basles

Herbie Hancock

Vooral beginnende jazzmuzikanten hebben wel wat anders aan hun hoofd dan tot drie tellen en zijn voornamelijk bezig met het oplossen van enorme hoeveelheden korte termijn problemen. Er dienen zich voortdurende bergen akkoorden aan en er moet steeds weer in andere toonladders gespeeld worden. Jazz is ingewikkelde muziek, die hoge eisen stelt aan de vaardigheid van haar beoefenaar (zo, die zin klinkt ook lekker 20e eeuws).
John Coltrane en Miles Davis hebben het modale spelen populair gemaakt in de jazz. Er werd uitgegaan van een bepaalde toonaard, bijvoorbeeld D mineur, en daar werd dan overheen gesoleerd. Coltrane kende zijn toonladders en deze manier van spelen gaf hem een tijdlang de vrijheid waarnaar hij zijn hele leven op zoek was. Maar ook in het modale spelen werd soms vastgehouden aan de AABA vorm. Denk maar aan het nummer So What, dat op zo’n beetje de populairste jazz LP aller tijden staat, Kind of Blue van Miles Davis. Je speelt dan eerst 2 Atjes (16 maten) in D mineur, dan 8 maten in Eb mineur, en tenslotte weer 8 maten in D mineur. Dat betekent dat je na elk Btje 24 maten in D mineur lopende bas speelt voordat je weer naar Eb mineur gaat. Dat is echt wel even opletten. Gelukkig ontwikkelt bijna iedereen na verloop van tijd een gevoel voor wanneer er 8 maten om zijn. Dat betekent natuurlijk dat je niet élke maat meer hoeft te tellen.

shorter

Wayne Shorter

AABA
De meest gebruikte structuur in de jazz is het zogenaamde AABA schema. Elke A duurt (meestal) 8 maten en heeft (min of meer) dezelfde akkoorden. Na de eerste twee Atjes komt een Btje van 8 maten, en dan weer het laatste Atje. Vooral in de 20ste eeuw werden veel liedjes op die manier geschreven. Dat waren geen ‘jazz’ liedjes, maar gewoon liedjes op de radio. Er is trouwens een tijd geweest dat er voornamelijk jazz werd gedraaid op de radio, met name in de swing periode. Want al is het nu nauwelijks meer voorstelbaar – jazz is een tijdlang ongelooflijk populair geweest, echt de muziek. Dat was voordat Parker en Gillespie er een kunstuiting van maakten met de uitvinding van de Bebop.
De AABA vorm wordt vrijwel niet meer gebruikt in moderne populaire muziek, maar in de jazz is het nog altijd de meest gebruikte vorm. Er worden nu eenmaal veel standards gespeeld door jazzmusici, die voor een groot deel hun oorsprong vinden in liedjes uit de eerste helft van de vorige eeuw.
Een tip die je kan helpen om minder gauw in de war te raken: rond het schema af na het derde Atje, aan het eind van het schema dus. Begin bijvoorbeeld expres hoog terwijl je daarvoor laag aan het spelen was aan het begin van een nieuw chorus, of andersom.

Er zijn natuurlijk talloze manieren om voor jezelf een schema af te ronden. Als je dit doet, hoef je vervolgens alleen nog maar tot 2 te tellen. Dat scheelt dus weer. Overigens hebben de laatste twee maten van het tweede Atje meestal andere akkoorden dan de laatste twee maten van het eerste Atje, omdat er een mooie harmonische overgang moet komen naar het Btje. Elk verschil in een Atje helpt om niet in de war te komen.

Coltrane

John Coltrane

Sommige mensen kunnen maar niet wennen aan de AABA vorm. Zij spelen de B op totaal onverwachte momenten. En al lijkt het niet zo ingewikkeld om tot drie te tellen (na het Btje volgen 3 Atjes als je middenin een solo zit), toch is het wel begrijpelijk.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier