Basles

Renaud Garcia-Fons

Hetzelfde geldt voor je notenkeus. Er bestaan allerlei (voor)oordelen over de noten die een bassist hoort te spelen. Zoals ik al in eerdere lessen heb gesteld: je bent als moderne jazzbassist niet langer louter aangever, je hebt een volledig eigen stem in het geheel. De tijd dat blazers het akkoordenschema niet meer hoefden te leren omdat de bassist ze duidelijk maakte welk akkoord eraan zat te komen, is grotendeels voorbij.
Jammer, heren blazers, jullie zullen zelf het schema moeten leren. Wij zorgen voor een mooie harmonische invulling aan de basis van de muziek. Hoe jij dat precies wilt doen ligt voor een groot deel open, al is het nuttig om van bepaalde principes kennis te nemen (zie bijvoorbeeld les 5).

ls je op je instrument leert spelen, zijn er altijd mensen die vinden dat je veel leert door noot voor noot uit te zoeken wat een bepaald voorbeeld op zijn instrument iets speelt. Er kan natuurlijk niets op tegen zijn om bepaalde basispatronen over te nemen; hoe wil je anders de hoofdritmes leren kennen? Maar ik verzet me tegen het idee dat het goed is om een andere muzikant te kopiëren. Er lopen al veel te veel Charly Parkers, John Coltranes, Miles Davissen en Michael Breckers rond. Ik ben zelf altijd heel terughoudend geweest in het uitzoeken van partijen van andere bassisten. Misschien was ik wel overbezorgd om te veel beïnvloed te worden, dat zou best kunnen. Maar ik wil je toch adviseren om vooral je eigen weg te volgen. Je mag best uit je eigen-wijsheid putten.

Stanley Clarke

Stanley Clarke

Je eigen stijl
Toen we laatst terugreden van een optreden, zei mijn goede vriend en fantastische blazer Peter Massink tegen me dat hij vond dat ik goed bas speelde en dat ik mijn eigen stijl gevonden had. ‘Niemand speelt bas zoals jij’, zei hij. Ik beschouwde dat als een enorm compliment (vooral ook omdat hij het gaf, ik vind hem echt een super-blazer). We willen als jazzmuzikant allemaal graag een eigen stem hebben, een eigen geluid, een eigen benadering. Een paar jaar geleden had Classic FM dagelijks een leuk jazzprogramma (echt zonde dat ze met de jazz zijn gestopt op die zender). Tijdens dat programma was er altijd een quiz waarbij je de muzikant moest raden die een bepaald loopje speelde. Ik was daar vrij goed in; ik deed regelmatig mee en won zo een stuk of zeven CD’s. Het bijzondere is natuurlijk niet zozeer dat ik die CD’s won, maar dat deze muzikanten zo herkenbaar waren dat ik, na het horen van een lick van pakweg vijf seconden, wist wie het waren. Deze mensen hadden dus duidelijk een eigen stem.
Hoe vind je nu je eigen geluid? Je moet natuurlijk gewoon spelen wat jij mooi vindt. Als je dicht bij jezelf blijft, speel je hoe jij vindt dat een bassist hoort te spelen, en dat wijkt af van hoe andere mensen vinden dat het moet. Elk mens heeft een unieke smaak en jij dus ook. Hou dus op met je te verstoppen door voor een geluid te kiezen dat niet helemaal van jou is.

Laat je niet te veel beïnvloeden door wat andere mensen vinden van jouw geluid en speel hoe je het zelf het mooist vindt. Coltrane kreeg in het begin veel kritiek omdat mensen vonden dat hij maar een zielig, klagelijk toontje uit zijn sax perste.
Maar hij bleef gewoon zo spelen en steeds meer mensen gingen het prachtig vinden. Ook Chet Baker kreeg te horen dat hij maar een zacht, dun geluid uit zijn trompet kreeg. Ik denk niet dat hij er zich al teveel van heeft aangetrokken; hij klonk gewoon zoals hij wilde klinken.

Swallow

Steve Swallow

Ken je het geluid van de basgitaar van Steve Swallow? Een heel apart geluid, maar wel volstrekt uniek. Stanley Clark herken je toch ook zo? En Dave Holland?
Maak dus gewoon een toon die je mooi vindt. Misschien gaan andere mensen jouw toon vanzelf mooi vinden, maar ook als dat niet zo is, vind ik dat je trouw moet blijven aan je eigen smaak. Je kunt maar op één manier zinvol spelen, namelijk op de manier die jij het mooist vindt.

Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier