Basles

Chick Corea

Als gimmick kan het af en toe wel eens leuk zijn, maar niet veel bassisten zullen hier blij mee zijn. Het wordt, wat mij betreft, hoog tijd voor een aantal raadgevingen wat de begeleiding betreft.
We leven niet meer in de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw, dus het moment is gekomen om begeleiders van een bassolo duidelijk te maken wat er door bassisten van hen wordt verwacht. Wat mij betreft is dat het volgende.
De harmonische en ritmische begeleiding dient er te zijn. Heerlijk als we als bassist niet overstemd of op andere wijze worden weggedrukt als we aan een solo beginnen, maar helemaal je kop houden als begeleider en ons reeds bij het begin van de solo in een gat laten donderen, dat is er wat mij betreft niet meer bij – dat kan echt niet! We willen als solerende bassist evenzeer geïnspireerd worden door onze begeleiders als een saxofonist of een pianist, potverdorie!

bas

Kenny Werner

Dit heeft duidelijke consequenties voor de begeleider van ons als solist (vooral voor een pianist of gitarist): op het moment dat de solerende bassist even stilvalt, bijvoorbeeld nadat hij een idee heeft uitgewerkt na een serie loopjes of na een lang loopje), dient hij wel gevoerd te worden met een (mooi) akkoord of een andere bijdrage van de begeleider. Als er dan een stilte valt, is dat vreselijk voor de solist.
Dit is de ideale vorm van samenspelen en begeleiden: de solist wordt voortdurend gevoerd door zijn begeleider, zodat hij met een stortvloed aan prachtige ideeën voor de dag komt.

Ik heb deze les geschreven, omdat ik elke bassist wil aanraden om zijn wensen voor wat de begeleiding van zijn solo duidelijk kenbaar te maken aan zijn medemuzikanten. Hiet past geen bescheidenheid: iedereen is blij wanneer jij goed uit de verf komt, en jijzelf nog wel het meest - al zul je soms de nodige weerstand ontmoeten van muzikanten die denken dat het op de oude manier hoort.

Begeleid worden
Ik merk dat ik vaak precies moet uitleggen hoe ik graag begeleid wil worden als ik een solo speel in de jazz. Als je al wat ervaring hebt als jazzbassist, herken je de volgende situatie vast wel: de hele band staat lekker te spelen, de muziek swingt de pan uit en de saxofonist draait zich om en geeft aan dat nu de tijd is gekomen voor een bassolo. Bij de eerste de beste noot die je wilt spelen, geeft de pianist er volledig de brui aan en de drummer doet niets anders meer dan een paar irritante tikjes geven op de afterbeat. Alle ideeën die je gekregen had één moment voor je aan je solo begon, zijn rijp voor de prullenbak: je dondert in een diep gat en je hebt al je energie nodig om er uit te klimmen. Waar komt deze vreemde gewoonte, die veel jazzmuzikanten ook maar moeilijk uit het hoofd te praten valt, toch vandaan?

Keith Jarrett

Keith Jarrett

In de begintijd van de jazz was het versterken van de contrabas een groot probleem. Of versterking ontbrak volledig, of hij was zeer gebrekkig. Nu is het zo dat als je de snaren van de contrabas hoog zet, hij meer lawaai maakt. Hoe lager je de snaren zet, hoe minder volume hij heeft. Als je de snaren hoog zet, krijg je een vrij korte, percussieve toon. Als je de snaren laag zet, heeft je bas veel meer sustain en knor. Een hoger Niels-Henning Orsted Pedersen gehalte, zeg maar.

Natuurlijk kozen de eerste bassisten voor zoveel mogelijk volume, anders hoorde je ze gewoon niet. Zo spelen kost natuurlijk wel ontzettend veel kracht. Ray Brown zei eens dat als een blazer wist wat hij een bassist aandeed, hij echt niet zonder enig schaamtegevoel aan zijn 13e chorus zou beginnen (één chorus is eenmaal het hele schema).
Zeker bij de up tempo nummers waren zulke bassisten blij als hun spieren hen niet in de steek lieten en ze ongeschonden de eindstreep haalden. Hulde aan deze oermensen van de jazz! Dus wat gebeurde er wanneer zij met een solo mochten beginnen? Logisch dat het hele orkest zachtjes ging spelen, dan hoorde je de bassist tenminste eens (goed). Zo’n bassist bleef dan gewoon een tijdje lopende bas spelen. De meeste mensen hadden dat waarschijnlijk toch niet goed gehoord tot dat moment, dus dat klonk nog verrassend ook. Bovendien denk ik dat het hen aan de kracht ontbrak om veel meer te doen dan dat. Hoe het ook zij, de tijden zijn veranderd.
De versterkingsproblemen zijn grotendeels opgelost, we kunnen ons heel aardig hoorbaar maken. Als jij geen bassist maar een pianist, gitarist, vibrafonist, drummer en/of percussionist bent, dan wil ik je er graag van doordringen dat je er niet langer ongezien van uit kunt gaan dat een bassist het van je waardeert dat je opeens niets of bijna niets meer doet als hij gaat soleren. Net als elke andere solist, vinden wij het heerlijk en inspirerend om gesteund te worden in plaats van in een gat te donderen. Vooral in nummers waarbij het belangrijk is om met veel power te spelen, is het heel vreemd als je er van het ene op het andere moment helemaal alleen voor staat.