Basles

Charles Mingus

bas

Dizzy Gillespy

In het ideale geval voldoe je aan deze eisen, maar als je niet aan alle eisen kunt voldoen – bijvoorbeeld omdat je geheugen minder ideaal is, zoals bij mij – kun je nog heerlijk jazz spelen. Als je mooi speelt, nemen je medemuzikanten je gebreken voor lief.
Het is ook een kwestie van prioriteiten stellen: besteed je al je tijd aan het uit je hoofd leren van standards of besteed je ook de nodige aandacht aan je techniek en de ontwikkeling van je gehoor? Die zaken zijn ook belangrijk en verhogen je aantrekkelijkheid als bassist enorm. Ik hou daar meer van dan het uit mijn hoofd leren van standards – vooral omdat ik niet eens zeker weet of ik die standards ooit zal spelen.

bas

Charly Parker

Als dixieland bassist heb je het overigens een stuk makkelijker dan als mainstream jazzbassist. 80 % van het dixieland repertoire is zo eenvoudig dat je de akkoorden kunt horen aankomen, of ze in elk geval kent nadat het schema één keer voorbij gekomen is. Je moet wel een erg goed ontwikkeld gehoor hebben om dat kunstje te flikken met mainstream repertoire – al ken ik wel iemand die daar erg goed in is.

Standards
Idealiter heeft de jazzbassist een enorm geheugen en kent hij alle standards op zijn duimpje. Er worden door jazz musici ongeveer 300 standards gespeeld. Meestal wordt geput uit het oude realbook of uit een reelbook dat de laatste 5 jaar veel wordt gebruikt, met meer dan 500 standards erin. Het gerucht gaat dat dit boek uit een Oostblok land komt, maar niemand kan dat met zekerheid zeggen. Net als met het oude realbook betreft het hier een (voor zover ik weet) illegale uitgave, waarvoor dus geen royalty’s betaald worden en die door alle jazzmusici enthousiast gekopieerd wordt.

Elk kliekje jazzmuzikanten heeft zijn eigen favoriete standards, maar idealiter ken je ze allemaal. Ik heb helaas geen ideaal geheugen; als ik een nummer een tijdlang niet speel, vergeet ik het. Wat ik tegenwoordig wel kan, is een nummer heel snel onthouden. Eén keer het schema doorspelen en ik weet het meestal wel. Dat is een bijzonder prettige verworvenheid, want ik speel beslist beter wanneer ik van tevoren weet waar een schema naar toe gaat.
Je moet in elk geval zo goed kunnen lezen dat je in elk tempo a prima vista foutloos en soepel een akkoordenschema doorkomt. Notenlezen is er voor ons bassisten meestal niet bij, behalve in bigbands, waar de begeleiding vaak noot voor noot staat uitgeschreven. Met het schema kennen ben je er trouwens nog niet. Dat wil zeggen, je kent een schema pas echt wanneer je het, zonder pen en papier te gebruiken, in alle toonaarden kunt spelen.

Dat is dus oefenen geblazen. De meeste nummers worden overigens in een beperkt aantal toonaarden gespeeld, wat natuurlijk prettig is. Maar als je met een zangeres speelt, ben je sowieso de klos; als jazzbassist wordt je verondersteld bekendere standards onmiddellijk te kunnen transponeren en foutloos in de toonaard te spelen waarbij de zangeres het best tot haar recht komt… Heftig, niet?

bas

Duke Ellington

Je kent zo'n schema eigenlijk pas goed als je de akkoorden in je hoofd voorbij kunt horen komen. Dat is trouwens een bijzonder prettige verworvenheid. Als de pianist het bijvoorbeeld in zijn hoofd haalt om harmonisch nogal af te dwalen van het basisschema, dan raak jij daar geen moment van in de war. Je kunt zijn substituut akkoorden heel goed plaatsen, je zet ze immers af tegen de akkoorden die je al zo goed kent.
Laat je door deze eisen niet ontmoedigen – zo belangrijk zijn ze nu ook weer niet hoor.